Het museum


Beeldmateriaal


ID-DOC


RCB catalogiBelgische handelscatalogi voor 1950


Red de bakovens!


Wat met de waterput?


Repertorium


Smidstekens


Lectuur


Wat is dit?


het MOT

Red de bakovens! | Meer weten? | Geschiedenis van het brood en van de bakoven | Geschiedenis van het brood | Het brood verovert de wereld!

Het brood verovert de wereld!

De Bijbel vermeldt reeds de beroepsbakker, en later, in de Romeinse steden, vermenigvuldigen zich de professionele bakkerijen, waar men verschillende soorten brood bakte in decoratieve vormen. Er werd naast het bruine gerstebrood al op grote schaal wit tarwebrood gegeten. Ook in de kampen van het Romeinse leger vindt men telkens bakovens. Zo te Augst (Zwitserland) waar de oven volledig teruggevonden werd. Hij is rond en heeft een binnendoorsnee van 1,35 m. De koepel is gemaakt van opgestapelde stukken pannen.

Bij ons werden de granen tot laat in de Middeleeuwen vooral in de vorm van pap gegeten. Daarna at men steeds meer brood. Deze verandering in eetgewoonten blijkt ook duidelijk uit de graansoorten die verbouwd werden. Tot in de vroege middeleeuwen, d.i. circa 8ste eeuw, werden vooral "papgranen" gezaaid, zoals eenkoren, tweekoren, haver en gerst. Tarwe en rogge verschijnen pas later in onze streken. Zij zijn beter geschikt voor het bakken van brood omdat het zogenaamde naakte granen zijn, waarvan de kafjes bij het dorsen gemakkelijk van de korrel loskomen. De korrels van papgranen moeten een tweede bewerking ondergaan, namelijk het pellen.

In elke Middeleeuwse stad had men bakkerijen en de bakkers genoten zeer veel respect. Ze gingen zich verenigen in gilden en het bakkersambacht floreerde. Het brood bleef echter tijdens de ganse Middeleeuwen een luxeproduct, dat vooral bestemd was voor de rijken. De boerenbevolking op het platteland at gewoonlijk pap van haver, gerst of boekweit. Voor speciale gelegenheden bakte men zelf brood en vlaaien in een eigen bakoven of in een gemeenschappelijk bakhuis dat behoorde aan de bewoners van dicht bijeen gelegen huizen. Op het platteland bleef de gewoonte om zelf brood te bakken bestaan, hoewel het ook vaak voorkwam dat men het deeg zelf bereide en dat dan naar de bakker bracht om te laten bakken.

Overal in het Middeleeuwse landschap vindt men sporen terug van het belang van brood en graan: abdijschuren, koren- of graanmarkten in vele steden, graanmolens enz.

Na de verspreiding van de aardappel (circa 1750) werden minder granen gegeten, maar zelfs dan bleven ze van levensbelang. Dat blijkt ondermeer uit de bevoorradingsproblemen van de legers in de oorlogstijd.

Wil je elke maand informatie over de geschiedenis van de technieken en het MOT ("MOTnews")? Klik dan hier.

Webwww.mot.be