Het museum


Beeldmateriaal


ID-DOC


RCB catalogiBelgische handelscatalogi voor 1950


Red de bakovens!


Wat met de waterput?


Repertorium


Smidstekens


Lectuur


Wat is dit?


het MOT

Red de bakovens! | Restaureer je oven | Stappenplan

stappenplan

We bespreken hier stapsgewijs het herstellen van een tweeledig bakhuis. Dat type bakhuis komt in onze streken namelijk het meeste voor. Je kan dit stappenplan, mits kleine aanpassingen, ook gebruiken voor de restauratie van een alleenstaande bakoven of van een bakoven die zich binnenshuis bevindt.

Nadat je kennis gemaakt hebt met de verschillende onderdelen van een bakoven, kan je je eigen bakoven gaan onderzoeken om te bepalen wat precies hersteld moet worden.

Bekijk in de eerste plaats de toestand van het gewelf en de ovenvloer. Dat zijn immers de belangrijkste onderdelen als je opnieuw wil bakken, en ze zijn ook het moeilijkst te herstellen. De toestand ervan kan doorslaggevend zijn voor het al dan niet restaureren van de oven.

Beslis je de bakoven te herstellen en weet je wat er moet gebeuren, dan kan je aan de slag.

herstel van het dak

Is het gewelf van de bakoven nog in goede staat, dan moet je er eerst en vooral voor zorgen dat het beschermd is tegen de regen. Door die regen wordt de leemlaag immers zacht en kan ze zelfs weggespoeld worden.Zorg er dus voor dat er geen enkel lek is in het dak. Als het dak niet onmiddellijk gerepareerd kan worden, kan je de bakoven desnoods tijdelijk beschermen met een zeil. Als het ovengewelf hersteld of herbouwd moet worden, dan begin je uiteraard eerst hiermee voor je het dak herbouwt.

herstel van de onderbouw

Vermits de hele oven op de onderbouw rust, is het belangrijk dat deze eerst op gebreken wordt gecontroleerd.
Bestaat de onderbouw uit een houten onderstel, dan is hij samengesteld uit twee draagbalken waarop dwarshouten liggen, die eventueel aangevuld zijn met kleiner hout. Kijk na of het hout niet aangetast is door houtworm, houtrot of schimmels.
Als het hout van de onderbouw vervangen moet worden, gebruik dan duurzaam hout zoals eik en zorg voor een goede ondersteuning van de ovenvloer. Het is een delicate operatie die je misschien beter toevertrouwt aan een vakman. Kijk ook na of de fundering sterk genoeg is om verzakking te voorkomen.
De onderbouw kan ook uit metselwerk bestaan. Niet zelden wordt rondom een muurtje gebouwd en wordt de ruimte binnenin opgevuld met een mengeling van steengruis, grond en zavel. Vaak is de stenen onderbouw echter een gewelfde holle ruimte, de "ovenkelder". Het gewelf bestaat dan uit n of meerdere bogen. Het nadeel van een open constructie is dat er, via de ovenvloer, veel warmte verloren gaat.De opening van de ovenkelder bevindt zich meestal onder de ovenmond. Daar worden de natte takkenbossen soms enige tijd bewaard om te drogen. Het keldertje deed ook dienst als vuurvrij assenkot, opslagplaats voor aardappelen of kippenhok.Door het gewicht van ovenvloer en -gewelf worden de muren van de onderbouw vooral horizontaal belast. Er worden schuin naar buiten gerichte krachten uitgeoefend (spatkrachten), die vaak opgevangen worden door ijzeren ankers. De schieters zijn dan aan de buitenzijde zichtbaar.
Als het gewelf van de onderbouw sterk beschadigd is, dan zijn meestal ook het ovengewelf en de ovenvloer gedeeltelijk ingestort. Meet zoveel mogelijk de oorspronkelijke toestand op. De bakstenen die hergebruikt kunnen worden, zet je opzij. Vraag eventueel hulp van een geoefend metselaar om het gewelf van de onderbouw te herstellen.Zorg ervoor dat je een goede hechtheid van het metselwerk kunt garanderen: de stootvoegen mogen niet boven elkaar staan.Maak van het metselwerk een mooi geheel: kijk na in welk metselverband de oorspronkelijke muren gebouwd zijn en metsel ze op dezelfde wijze terug op.

herstel van de ovenvloer

De ovenvloer rust op een onderlaag, die meestal bestaat uit een zandlaag, een leemlaag en daarboven een tweede zandlaag. De leemlaag doet dienst als isolatie. Men kan de tweede zandlaag eventueel vervangen door een zavellaag, d.i. een mengeling van zand en klei. De klei zorgt dan voor een grotere samenhang.De ovenvloer moet op de juiste manier genivelleerd zijn. In de breedte ligt hij steeds waterpas, maar in de lengte meet men een hoogteverschil van 1,2 2 cm per meter, waarbij de vloer achteraan hoger ligt dan aan de ovenmond.
Je kan dat controleren met een knikker: als deze rustig naar voor rolt, is de vloer goed geplaatst. De helling van de ovenvloer zou het inschieten van het brood vergemakkelijken (DE PUNT 1999: 37). Bij het leggen van de vuurvaste bakstenen of van de tegels moeten de voegen smal gehouden worden om het loskomen te vermijden. De bakstenen worden steeds op hun grootste zijde gelegd. De voegen werden vroeger gevuld met leemmortel. Tegenwoordig kan ook een vuurvaste mortel gebruikt worden. Cementmortel wordt in ieder geval afgeraden!
Door de grote temperatuursverschillen kunnen scheurtjes in de mortel optreden en de voegen, loskomen.Laat de pas gemetselde ovenvloer een tijdje drogen voor je aan het ovengewelf begint.

Herstel van het ovengewelf

Kijk eerst in de oven zelf. Als er in het gewelf geen bakstenen te bespeuren zijn, is de kans groot dat je te maken hebt met een zeldzaam voorbeeld van een lemen oven, die dus volledig vervaardigd is uit leem. Waarschijnlijk is er evenwel een bakstenen gewelf.
Het heeft dan in langsdoorsnede de vorm van een half ei of een afgeplatte koepel. Het eivormig gewelf is achteraan hoger dan vooraan. Zo wordt de hitte in de oven gehouden. De hoogte van het gewelf heeft veel belang: bij een te hoog gewelf zal men meer brandstof nodig hebben om dezelfde temperatuur te bereiken. Ook de afstand tussen de broden en de warmtebron (het gewelf) is dan te groot. Bij een te laag gewelf zal het brood gemakkelijker aanbranden. Vooraan meet men een hoogte van 35 45 cm, rekening houdend met het aantal steenlagen. In het hoogste punt is dat maximum 60 cm.
Het gewelf in de vorm van een afgeplatte koepel is zo laag mogelijk en volgt zeer exact de helling van de ovenvloer. Het heeft over de ganse lengte een hoogte van minimum 30 cm.Bij beide types vormt de dwarsdoorsnede een regelmatige kromme lijn. Is dat niet zo, dan ontstaan er trekspanningen in het gewelf, die het kunnen doen instorten.Wanneer het ovengewelf heropgebouwd moet worden, moet men voor de start van het metselwerk steeds een ondersteunende vorm gebruiken. Deze vorm kan men op een vrij eenvoudige manier zelf maken. Op de ovenvloer wordt vochtig zand of zavel gestort en aangedamd in de vorm van het te bouwen gewelf.
Om de juiste maten te bekomen kan men enkele verticale stokken plaatsen in de aslijn van de oven, die in lengte overeenkomen met de hoogte van het gewelf. Het zand kan zo in profiel gebracht worden om de juiste binnenvorm te verkrijgen. Deze tijdelijke zandsculptuur vormt een dragend vlak waarop men het gewelf kan metselen. Na het drogen van het gewelf kan het zand langs de ovenmond verwijderd worden.Wanneer de vorm klaar is, kan men met het eigenlijke metselen beginnen. Doe dat nooit bij vriestemperatuur. Bij afwisselend vriezen en dooien zal het water in de leemmortel uitzetten en terug krimpen, waardoor scheuren kunnen ontstaan. Let er op dat je het gewelf op een gelijkmatige manier en laag per laag opbouwt. Wanneer men de zandvorm nzijdig gaat belasten door bijvoorbeeld eerst n zijde te metselen kan deze verschuiven en krijg je een onregelmatig gevormd gewelf. Hou wel rekening met het feit dat je een uitsparing moet laten waar de ovenmond komt.
Meestal worden de bakstenen met de korte kant naar binnen gemetseld, dit is in "koppenverband". Daardoor verkrijgt men een vrij dik (zo'n 20 cm) gewelf, dat een grote hoeveelheid warmte kan opslaan. Een ander voordeel van een dergelijk koppenverband is dat de stenen minder vlug "doorbranden". De voegen aan de binnenzijde moeten, zoals bij de ovenvloer, smal gehouden worden en goed opgevuld zijn met leemmortel of vuurvaste mortel.Nadat het ovengewelf volledig gemetseld is, dekt men het af met een laag leem van ongeveer 10 centimeter om een goede warmte-isolatie te verkrijgen.De bakoven moet nu zo'n drie weken drogen. Zorg voor een goede ventilatie en bescherming tegen regen. Was de bakoven beschermd met een zeil, dan is het nu het geschikte moment om het dak te herbouwen.Wanneer de oven er droog uitziet, moet hij stapsgewijs warm gestookt worden:
  1. verwijder de eerste 40-50 cm zand van de vorm en maak in die ruimte een vuurtje aan. Je blijft stoken tot het drogen zichtbaar wordt;
  2. verwijder daarna telkens zo'n 25 cm zand en maak opnieuw een vuurtje aan;
  3. laat de oven dan een dag zonder vuur drogen;
  4. onderhoud dan een zacht vuurtje om de stenen warm te houden en het drogen in de diepte mogelijk te maken;
  5. de oven is nu klaar om voor een eerste maal heet gestookt te worden.

herstel van ovenmond en ovendeur

Vergewis je van het feit dat de ovenmond even hoog is als het ovengewelf. Is dat niet het geval, dan zal de rook in de oven neerslaan en zal het vuur doven. Er is dan geen permanente luchtstroom, die nodig is voor een goede verbranding.De plaatijzeren ovendeur is meestal rechthoekig en bevindt zich vr de ovenmond. Er kan ook een uitsparing voorzien zijn in de rand van de ovenmond, waarin de ovendeur precies past.

herstel van de schoorsteen

De rookvang bevindt zich altijd boven de ovenmond en loopt verder door in de schoorsteen. De schoorsteen steekt meestal langs de noklijn door het dak van het bakhuis. Zo moet men het gedeelte buiten het dak niet zo hoog opmetselen (0,5 m boven de nok) om voldoende trek, d.i. een opwaartse luchtbeweging, te hebben.


< Premies | index | Bouw zelf je oven >

Wil je elke maand informatie over de geschiedenis van de technieken en het MOT ("MOTnews")? Klik dan hier.

Webwww.mot.be