Le musée


Photos


ID-DOC


Catalogues commerciauxCatalogues commerciaux belges d'avant 1950


Sauvez les fournils!


Répertoire


Marques de forgerons


Lecture


Qu'est-ce?


DE VISDODER, NIET ZOMAAR VOOR DE SPORT

Katrien Vanbrabant en Johan David uit Van Mensen & Dingen 2 (2004) 3-4: 266-268

zie ook ID-DOC, "visdoder"

"Fischtöter mit Hakenlöser", visdoder in combinatie met onthaker
D.A.M. Deutsche Angelgeräte Manufaktur, Katalog nr. 28, Berlijn, [1963-1967], p. 138.

Wat weten we nu eigenlijk over dit visgerei? En wat is er zo bijzonder aan dit eenvoudige en - op het eerste zicht waardeloze - stukje fabrikaat? Behalve het feit dat er weinig oude exemplaren bewaard gebleven zijn, is er over de visdoder veel meer te vertellen. Het stuk zelf is inderdaad een heel eenvoudig houten voorwerp waarvan de vorm in de loop der eeuwen bijna dezelfde bleef. Maar het verhaal van zijn gebruik is heel wat interessanter. Omdat er bij ons weten nog geen studie gevoerd werd, zijn we gaan zoeken in onze eigen technische bibliotheek en meer bepaald in oude handboeken en catalogi voor de visser.

In eerste instantie zochten we naar de correcte benaming. In het Nederlands wordt meestal de - voor de hand liggende - naam 'visdoder' gebruikt, maar de Van Dale geeft het woord een andere betekenis (1) . Het Duitse 'Fishtöter' is al even pragmatisch. De Franse term is 'assommoir de pêcheur', van het werkwoord 'assommer' of doodslaan. Het woordenboek geeft als eerste verklaring knuppel, en als afgeleide betekenis - niet helemaal vergezocht - kroeg. De mooiste benaming vinden we terug in het Engels, waar de visdoder bekend is als een 'priest'. Dit betekent uiteraard priester, maar de tweede verklaring is "een korte knuppel; houten hamer (om gevangen vis weidelijk te doden)". Er wordt aangenomen dat de term priest verwijst naar het toedienen van de laatste sacramenten, in dit geval het beëindigen van een vissenleven (2).

De benaming geeft dus al een goed idee van de functie, namelijk het doden van een gevangen vis. De manier waarop is eenvoudig: men geeft de vis een korte, harde slag op de kop om de hersenen permanent uit te chakelen. Vraag is nu: wie gebruikte een visdoder en wat waren de voordelen ervan?

"assommoir-dégorgeoir LUXOR", visdoder in combinatie met onthaker
Pezon & Michel. Manufacture générale d'articles de pêche. Catalogue illustré, première partie, Parijs, 1961, p. 19.

Het doden van vissen heeft nooit kunnen rekenen op veel belangstelling. Dat blijkt ook uit de handboeken voor vissers waar er geen of weinig woorden aan worden besteed. Elke visser had waarschijnlijk zijn eigen techniek om de vangst te doden, afhankelijk van wat hij voorhanden had. Dit kon gaan van het simpelweg laten stikken van de vis op het droge, het breken van de nek door met de duim het gehemelte naar achter te drukken, het doorsnijden van de wervelkolom, het doorboren van het hart, het 'kelen' en het doodslaan. Dit laatste deed men ofwel door de kop van de vis op een hard voorwerp zoals de rand van de boot te slaan, ofwel door met een willekeurig voorwerp (een stok, het heft van een zakmes, enz.) of een visdoder op de kop van de vis te slaan.

Wanneer de vis voor consumptie bestemd is, wordt aangeraden de vangst zo snel mogelijk te doden omdat het spierweefsel langer bewaard blijft dan dat van vis die langzaam gestikt is (3). Men kan een visdoder gebruiken om de vis te doden, maar ook om hem te verdoven alvorens hem met een andere techniek te doden. Vaak wordt daartoe de keel overgesneden zodat de vis leegbloedt, wat dan weer de kwaliteit en de smaak zou bevorderen.

Zeevissers die om den brode grote hoeveelheden vis in hun netten naar boven haalden, hielden zich meestal niet bezig met het individueel doden van de vis. De vis werd ofwel levend gehouden in leefnetten, ofwel liet men de vangst op het droge stikken. Consumptievis werd vaak onmiddellijk op zee schoongemaakt en opgeborgen in het ijsgekoelde visruim, zonder dat er een visdoder aan te pas kwam.

De visdoder lijkt vooral gebruikt te zijn in de sportvisserij en dan zowel door zeehengelaars als door zoetwatervissers. Vóór pakweg 1800 was de hengelaar voornamelijk een broodvisser, die van de vis afhankelijk was om in zijn levensonderhoud te voorzien. Dat veranderde in de loop van de 19de eeuw, wanneer het modieus werd om te gaan vissen voor de sport. De vangst op zich was niet meer het enige doel, maar werd hoogstens een trofee van een ontspannend dagje uit aan de waterkant. In die nieuwe groep van recreatieve vissers werd het sportief gevonden om de vangst diervriendelijk te behandelen. Naast de gekende 'functionele' redenen zoals de bewaring en de smaak, ging men de vis ook doden uit respect.

"curate de Hardy", combinatie van tang, onthaker en vislijnsnijder, waarvan het hecht tegelijk dient als visdoder en als oliereservoir
Le conseiller du pêcheur sportif. Léon Seutin, Bruxelles, Brussel, 1929, p. 33.

Het bepalen van de ouderdom van onze visdoders blijft een probleem. Het gebruikte materiaal en de vorm zijn eeuwenlang dezelfde gebleven. De visser gebruikte vaak een stok, een steen of de sport van een oude stoel om de vis te doden of hij maakte zelf een visdoder voor eigen gebruik. Het werd beschouwd als een louter functioneel gebruiksvoorwerp en dus werd aan de versiering of de afwerking weinig aandacht besteed.

Tegen het einde van de 19de eeuw gingen fabrikanten van visgerei de groeiende markt bedienen en verschenen er ook visdoders in de handelscatalogi. Zo nam Hardy, één van de bekendere merken, een visdoder in productie vanaf de jaren '20 van de vorige eeuw tot aan de tweede wereldoorlog (4). Het gaat telkens om eenvoudige exemplaren in gedraaid rondhout, gelijkaardig aan onze exemplaren. Later kwamen er ook 'combinatiewerktuigen' op de markt, zoals een onthaker of een bekklem die ook als visdoder dienst kan doen. Gelet op de herkomst van onze stukken kunnen we voorzichtig aannemen dat ze dateren uit de periode 1850-1950. Om deze marge te verkleinen zou er eerst een grondig onderzoek gevoerd moeten worden.

Vandaag is er rond het vissenleed opnieuw veel te doen en is er een echte discussie aan de gang. Recent onderzoek heeft aangetoond dat vissen effectief angst en pijn kunnen voelen en dus lijden tijdens en na de vangst (5) . In steeds meer landen wordt bij wet verplicht om de vangst onmiddellijk te doden, bijvoorbeeld in Noorwegen. Toch blijkt dat slechts een klein percentage van de hengelaars weet hoe je vakkundig een vis moet doden.

In Nederland werden recent enkele sportvissers veroordeeld omdat ze hun vangst lieten stikken in plastic zakken (6). In het arrest stond dat het niet onmiddellijk doden van vis bestemd voor consumptie een ernstige vorm van dierenmishandeling is. Meer nog, er werd nadrukkelijk aangeraden hiervoor een visdoder te gebruiken.

De visdoder vindt dus terug ingang in de wereld van de sportvisserij. Dat blijkt ook uit het huidige aanbod aan visgerei, waar haast elke fabrikant één of meerdere modellen aanbiedt. Ook hier heeft de vooruitgang trouwens niet stilgestaan, want naast de eenvoudige houten exemplaren of de 'luxe' modellen in koper of messing kan je er tegenwoordig ook in kunststof kopen. Het lijkt er dus op dat dit werktuig nog een eindje te gaan heeft.

"Visdoder"
SCHREINER, J., Encyclopedie van de sportvisserij, Amsterdam-Brussel, 1969, p. 367.


1) "Visdoder, m. (-s), zekere plant in Brazilië (Bailleria aspera) waarvan de schors een vergif is voor de vissen", in VAN DALE, Groot Woordenboek der Nederlandse Taal, Utrecht/Antwerpen, 1995.
2) KEWLEY C. en FARRAR H., Fishing tackle for collectors, Sussex, 1987, p. 102.
3) GARAY I. en VAN HEUGTEN C., 'Zeehengelen'', Amsterdam, s.d., p. 142.
4) KEWLEY C. en FARRAR H., Fishing tackle for collectors, Sussex, 1987, p. 102-103.
5) SNEDDON L. U., BRAITHWAIT V. A. en GENTLE M. J., Do fish have nociceptors: evidence for the evolution of a vertebrate sensory system, in Proceedings of the Royal Society B, maart 2003, on line gepubliceerd.
6) Politie, Dier en Milieu, 76 (juni 2001/2).

Pour recevoir chaque mois de l'information à propos de l'histoire des techniques et du MOT, cliquez ici.

Webwww.mot.be