Het museum


Beeldmateriaal


ID-DOC


RCB catalogiBelgische handelscatalogi voor 1950


Red de bakovens!


Wat met de waterput?


Repertorium


Smidstekens


Lectuur


Wat is dit?


HET REPERTORIUM VAN DE BELGISCHE HANDELSCATALOGI.
uit Mededelingen [van het] Centrum voor Industriële Archeologie 2 (1976) 2-8.

Handelscatalogi bestaan reeds meer dan een eeuw en zijn een uitmuntende documentatie voor de geschiedkundige (1). Hij treft er immers nagenoeg alles in aan wat ooit te koop geboden werd met de technische eigenschappen en/of de prijs: werktuigen, machines, kunstmest, stenen, speelgoed, fotoapparaten, geneeskundige instrumenten, gietijzer, metalen balken, kachels, busten voor kleermakers, enz. Daarbij zijn deze documenten of kunnen (2) ze ook nauwkeurig gedateerd worden.

Dank zij deze bron weten wij derhalve wat er reeds of steeds (3) te vinden (4) was op een bepaald ogenblik, vaak met nauwkeurige gegevens dienaangaande. Wij kennen ook de productie en het belang van fabrieken en winkels. Naast de inlichtingen over de waren zelf staan er vaak foto’s van het bedrijf of van werken die uitgevoerd werden met de waren die besproken worden in de catalogus (5), een lijst van de door de fabriek gekregen erepenningen, een korte geschiedenis van het bedrijf, enz. Ook de taalkundige vindt er zijn gading: zeldzame of bastaardwoorden, plaatselijke benamingen, enz.

Jammer genoeg gaat de catalogus verloren: hij werd – en wordt – over het algemeen weggeworpen. Hier en daar bestaat er een kleine verzameling maar onze grote bibliotheken schijnen dit soort drukwerken verwaarloost te hebben (6). Dientengevolge is het onmogelijk deze zeer belangrijke bron stelselmatig te gebruiken. Daarbij, wanneer een vorser een catalogus aanhaalt in een publicatie, kan zijn lezer het stuk slechts met veel moeite terugvinden (7).

Een inventaris met o.m. de bewaarplaats van de stukken, zou dus zo vlug mogelijk opgesteld moeten worden. Dat is het doel van het Repertorium van de Belgische Handelscatalogi (8). Onze bedoeling in deze bijdrage is het voorstellen van dat Repertorium. Wij zullen eerst het begrip handelscatalogus trachten te bepalen en meteen het onderzoek afbakenen, daarna zullen wij het over deze werkwijze hebben.

In de omgangstaal is een handelscatalogus een gedrukte (9) lijst van door een persoon of een firma (10) gefabriceerde of verkochte (11) producten (12). Het kan één blad of een boek van duizend bladzijden zijn; het blad kan los zijn of ingebonden en in een boek (13) of een tijdschrift. De lijst geeft de prijs aan en/of de technische eigenschappen van de waren, met of zonder afbeelding, tekening of foto (14). Daarnaast kunnen er nog andere gegevens in te vinden zijn (15).

Naast die “gewone” catalogus bestaan er echter drukwerken die aan de bepaling niet volkomen beantwoorden maar toch gelijkaardige inlichtingen verstrekken. Vooreerst de reclame voor één of enkele producten (dus geen lijst van producten) (16). In deze soort worden ook de artikelen van een gespecialiseerd tijdschrift begrepen die een product bespreken (te vergelijken met een boekbespreking) (17) en de door een firma uitgegeven studies over een nieuw product.

Vervolgens de “onderrichtingen” voor het gebruik ven één of meer producten. In het eerste geval zijn het gebruiksaanwijzingen; in het tweede gaat het om een reeks praktische wenken uitgegeven door een fabriek of een vereniging van fabrieken, waarin ook reclame te vinden is (18).

Een derde categorie zijn de gedenkboeken uitgegeven ter gelegenheid van het b.v. vijftig jarig bestaan van het bedrijf (19). Over het algemeen vertellen ze de geschiedenis van het bedrijf en dikwijls worden er enkele producten in besproken (20).

Om de documenten aan te duiden die het bestaan van een firma aankondigen of herinneren maar waar doorgaans geen spraak is van de producten, spreken wij gemakkelijkheidhalve van “aankondigingen”. Het kan om een blad gaan dat vermeldt dat een bepaalde firma iets verkoopt, om een gids ten behoeve van de bezoeker van de fabriek, om een korte geschiedenis van het bedrijf of van een product, enz. (21).

Ten slotte vormen de tijdschriften die door een firma uitgegeven worden een afzonderlijke groep (22).



Aankondiging beerpomp, ca 1930

Onder de benaming “handelscatalogi” neemt het Repertorium van de Belgische Handelscatalogi deze vijf soorten van documenten op, hoewel het in de praktijk om een inventaris van de reclame gaat (23). Het beperkt zich tot de door Belgische (24) fabrieken of winkels, vóór 1945 (25) uitgegeven catalogi, welke hun producten ook waren (26).

Het Repertorium bestaat uit een steekkaartenstelsel (12,5 x 17,5) waar elk stuk een volgnummer draagt en bondig besproken wordt.

Twee andere stelsels, per firma en per onderwerp, vervolledigen het Repertorium.


VERKLARING

Regel 1:
  • product: wegens het grote aantal verschillende waren die soms ter spraak komen, worden tot dusverre slechts algemene categorieën aangehaald, behalve wanneer de hele catalogus een bepaald product behandelt (27).
  • datum: wanneer hij niet vermeld is maar bepaald kan worden door andere gegevens staat hij tussen haakjes (25).
  • volgnummer van de catalogus. Dubbele nummering: elke fabriek of winkel draagt een nummer alsook elke catalogus van dat bedrijf. Zo worden automatisch al de catalogi van een firma samengebracht in een Repertorium. Deze eerste regels maken het mogelijk de documentatie op drie verschillende wijzen te rangschikken (28).
Regel 2:
  • naam van de firma.
  • in het vierkantje: aanduiding “F” (=fabriek) of “W” (=winkel) (25).
Regel 3:
  • titel van de catalogus met eventueel het nummer van de uitgave.
Regel 4:
  • adres: dit wordt aangegeven zoals op de catalogus vermeld staat (29).
Regel 5:
  • aard: aangeduid door “C”, “O”, “G”, “A” of “T” (30).
  • ingebonden: aangeduid door “1” (=ja) of “0” (=neen). D.i. het gaat al dan niet om een afzonderlijk uitgegeven druk.
  • gedrukt: “1” (=ja) of “S” (= stencil).
  • afbeeldingen: “0” (= geen), “T” (= tekening), “F” (=foto).
  • prijs: 1 (= vermeld), of “0” (niet vermeld).
  • afmetingen van of nadere gegevens over de productie: “1” (=ja) of “0” (= neen).
  • taal: “N” (=Nederlands), “F” (=Frans), “N-F” (tweetalig), enz.
  • bijlage: aan- (“1”) of afwezigheid (“0”) van een bijlage: b.v. foto’s van het bedrijf, onderrichtingen …
Regel 6:
  • formaat: in centimeter.
  • bladzijden: één bladzijde is een op één zijde gedrukt blad dat niet in twee gevouwen is.
  • bewaarplaats: openbare instellingen waar een exemplaar bewaard is (31).
  • Zo nodig (datum, firma, ingebonden, bijlage) wordt een voetnoot aangeduid door “a)”, “b)”. Deze noot wordt onderaan getipt.

Er kan nauwelijks van werkmethode gesproken worden omdat het toeval een zeer belangrijke rol speelt in het opzoeken van de catalogi. In de bibliotheken worden die documenten immers meestal niet opgenomen in de systematische catalogus b.v. onder een trefwoord “catalogus” of “reclame”. Ze worden in de alfabetische catalogus gerangschikt volgens het eerste woord van de titel of van de naam van de firma. Van een stelselmatige opzoeking kan er dus moeilijk spraak zijn (32). De privé-verzamelingen zijn over het algemeen niet geklasseerd zodat de vorser daarmee zou moeten beginnen; het is daarbij vaak moeilijk die documenten te ontlenen om ze te fotokopiëren of ze op microkaarten te laten overbrengen. Op het Rijksarchief kan stelselmatig gezocht worden in de fondsen afkomstig van de bedrijven. Een niet te verwaarlozen bron zijn de boekhandelaars die nu en dan, spijtig genoeg vaak tegen een al te hoge prijs, catalogi te koop aanbieden.

Ons uitgangspunt is de catalogus zelf. Het tegenovergestelde is theoretisch ook mogelijk: de telefoon- en de handelsgidsen raadplegen en aan elke firma vragen of zij catalogi heeft uitgegeven vóór 1945. Aan deze werkwijze zijn er echter bezwaren: de tijdverspilling omdat er sinds 1945 veel nieuwe firma’s ontstaan zijn (33), het risico omdat het doorzetten of opgeven van de opsporing enkel afhangt van het geheugen van een min of meer bevoegde en geïnteresseerde persoon, het feit tenslotte dat veel firma’s verdwenen zijn tijdens de laatste eeuw en dat veel kleine fabrikanten (smeden b.v.) nooit opgenomen werden in een inventaris. Dit houdt niet in dat deze werkwijze volkomen af te keuren is: wanneer een catalogus dagtekenend van vóór 1945 bekend is, is het noodzakelijk – hoewel vaak teleurstellend – na te zien of die firma nog steeds bestaat en haar te vragen of ze haar catalogi bewaard heeft.


Wat hierboven beschreven werd betreft uiteraard de afzonderlijk uitgegeven catalogi. De stukken die ingebonden zijn in een boek kunnen slechts per toeval gevonden worden; zij die in tijdschriften verschenen zijn leveren uiteraard geen moeilijkheid op.

Het excerperen van deze laatste is echter minder dringend omdat ze bewaard zijn in de bibliotheken en dus – theoretisch – niet zullen verdwijnen. Op te merken valt toch dat ze van groot belang zijn: in plaatselijke kranten en gespecialiseerde tijdschriften vinden wij b.v. advertenties van een smis die geen afzonderlijke catalogus uitgeeft. Voor de geschiedenis van het gereedschap zijn die vaklieden van uiterst groot belang maar hun rol zou licht onderschat worden wegens het gebrek aan reclame of aan andere documenten (34).

Wij schreven dat het Repertorium van de Belgische Handelscatalogi al de catalogi opneemt welk het besproken product ook is. Er zijn hier twee redenen voor: de eerste is dat het spijtig zou zijn met veel moeite gevonden catalogi niet op te nemen omdat ze ons niet interesseren. Het zou tijd- en krachtverspilling zijn en zou de samenwerking van de vorser sterk beperken. De tweede is dat het niet gemakkelijk zou zijn precies te bepalen wat opgenomen moet worden: voor de geschiedenis van de landbouw zijn b.v. de stoommachines van groot belang. Het opstellen van dergelijk Repertorium is uiteraard een werk van lange adem. Het zal enkel tot voltooiing gebracht kunnen worden indien elkeen die het bestaan van een of meer catalogi kent, zijn medewerking wil verlenen. Wij zijn derhalve zo vrij Uw hulp te vragen (35).

Johan David


1) WELSH, P.C. Woodworking Tools. 1600-1900. in Contributions from the Museum of History and Technology. Paper 51. Washington. 1966.221: “in the last quarter of the 19th century the tool catalogue replaced Moxon, Duhamel, Diderot, and the builders’ manuals as the primary source for the study and identification of handtools”. Ze werden reeds in het begin van deze eeuw als bron gebruikt door VAN HOUCKE, A. Ambacht van den loodgieter en zinkbewerker. in Verhandelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Gent. 1901-1902.8,14.
2) Dank zij een lijst van de erepenningen, een productiecijfer met datum, het telefoon- of postchequenummer, enz.
3) Doch een waar wordt soms in een catalogus vermeld hoewel ze niet meer te verkrijgen is. Dit om de kosten van een nieuwe uitgave te vermijden.
4) De catalogus geeft geen beeld van de gebruikte maar wel van de verkrijgbare waren.
5) Of b.v. een soms zeer lange lijst van gebouwen waar de in de catalogus besproken bouwstoffen gebruikt werden.
6) Behalve enkele grote verzamelingen zoals deze van de Universiteit van Hohenheim te Stuttgard.
7) Meestal is hij gedwongen naar de auteur te schrijven...
8) Afgekort in R.C.B. De letter ”B” kan aldus vervangen worden door “D” (Duitsland), “N” (Nederland), “E” (Engeland), enz.
9) Tot dusverre kennen wij geen met de hand geschreven catalogus.
10) Soms – het geval komt echter tamelijk zelden voor – wordt een catalogus uitgegeven door een vereniging van fabrikanten (b.v. Compendium des produits pharmaceutiques belges. 1931-32. = R.C.B. 75.1.; HULET, J. Album des produits métalluriques belges: = R.C.B. 44.1.). Deze documenten mogen als gewone catalogi beschouwd worden. Wegens het grote aantal fabrikanten die er soms in vermeld staan, worden deze laatste voorlopig in het kaartenstelsel per firma niet opgenomen: ze staan onder een trefwoord “varia”.
11) In de catalogus van een winkel vinden wij uiteraard producten van verschillende fabrieken.
12) Niet altijd van al de producten.
13) Onder de eerste tot dusverre bekende catalogi staan vijf lijsten van landbouwgereedschap (R.C.B.38. 2,3; 64. 1,2; 65. 1,2; 66. 1,2) verschenen in LE DOCTE, M. Traité élémentaire des instruments aratoires. Brussel. 1851. en LE DOCTE, M. Beknopte verhandeling over de landbouwwerktuigen. Brussel. 1852.
14) De catalogus bestaat vaak uit twee documenten: een atlas met platen en eventueel de technische eigenschappen, en een afzonderlijke prijslijst. Deze wordt regelmatig aangepast maar de atlas blijft onveranderd. Daarom, en ook omdat vaak één van beide documenten zonder het ander gevonden wordt, worden ze als twee afzonderlijke stukken beschouwd en dragen ze dus twee verschillende nummers.
15) z. hoger.
16) De “gewone” catalogus en de reclame voor één of meer producten worden onder de letter “C” (= catalogus) gerangschikt.
17) Z. de artikelen over nieuwe werktuigen in de 19de eeuwse land- en tuinbouwtijdschriften (b.v. DAVID, J. Het handgereedschap op de hoeve. Technische documentatie voor 1860 verschenen. Leuven. 1975. 48, 50, 150, 164, 177, 178, 188, 190, 192, 208, 221).
18) Deze documenten dragen het teken “O” ( = onderrichting).
19) Voor België kennen wij er nog geen die voor 1945 verschenen is.
20) Deze documenten dragen het teken “G” ( = gedenkboek).
21) Deze documenten dragen het teken “A” ( = aankondiging).
22) Deze documenten dragen het teken “T” ( = tijdschrift).
23) De tentoonstellingscatalogi horen, ten minste onrechtstreeks, bij de handelscatalogi. In de eerste helft van vorige eeuw (Gent. 1820) begon men nationale (later internationale) tentoonstellingen in te richten, o.a. over nijverheid en landbouw. De vorser is echter vaak teleurgesteld door dat soort van bronnen omdat hij er geen of weinig afbeeldingen in vindt en dikwijls alleen de naam van het voorwerp aangehaald wordt (wanneer een familienaam vermeld is kan verder gezocht worden in de octrooien). Deze - niet talrijke - catalogi worden niet opgenomen omdat er theoretisch verscheidene exemplaren van bewaard zijn in de bibliotheken. Een grensgeval is het vlugschrift uitgegeven door een firma ter gelegenheid van een tentoonstelling: hier kan van handelscatalogus gesproken worden (b.v. Catalogue des machines exposées à l’exposition internationale de Gand. 1913. par Platt Brothers & Co. Ltd. Hartford Works, Oldham, Angleterre...).
24) Met andere woorden, de door buitenlandse firma’s in België uitgegeven catalogi en tijdschriften worden niet opgenomen; deze van buitenlandse firma’s waarvan een fabriek in België bestaat evenmin.
25) Om het Repertorium op te stellen beperken wij ons tot nu toe tot de door de catalogus zelf verstrekte gegevens. De datum (wanneer niet vermeld) en de aanduiding “winkel” of “fabriek” kunnen dus onjuist zijn. In twijfelgevallen, gesteld dat het beter is een catalogus te veel dan te weinig te weerhouden, wordt een catalogus eventueel “verouderd” en opgenomen.
26) De catalogi van boekhandelaars en uitgevers worden niet opgenomen evenmin als deze van antiquariaat (schilderijen, handschriften, enz.) en de reclame voor diensten.
27) Ideaal zou elk product in de index opgenomen moeten worden maar dit is waarschijnlijk utopie. Hoe dan ook, de categorieën kunnen later onderverdeeld worden.
28) De rangschikking per firma bestaat reeds op een ander stelsel.
29) D.i. in dezelfde taal en zonder eventueel een oude straatnaam door een nieuwe te vervangen.
30) Z. noten 16, 18, 20, 21, 22.
31) Dit betekent geenszins dat er geen ander exemplaar van bestaat. Het is ongelukkigerwijze noodzakelijk zich te beperken tot de openbare instellingen omdat privé-verzamelingen verdwijnen of verspreid worden. Wanneer het ons toegelaten is, laten we de documenten van deze verzamelingen fotokopiëren of op microkaarten overbrengen.
32) In de banden die als “varia” bestempeld worden bevinden zich soms handelscatalogi. Het probleem is echter ze te vinden ...
33) Voor sommige producten (tabak, textiel, enz.) bestaan er echter repertoria die voor 1945 verschenen zijn.
34) Warning: Footnote 'N(36)' referenced but not defined.
35) B.v. het geval van de Ateliers de Haine-Saint-Pierre die machines en werktuigen voor de landbouw fabriceerden (R.C.B. 38.1.: catalogus dagtekenend van 1851). Ze waren door de Staat gesubsidieerd en er bestaan derhalve officiële documenten dienaangaande, in tegenstelling met andere minder bekende fabrikanten, b.v. Pd. Van Maele, van Thielt (R.C.B. 67. 1,2) “die zonder de minste geldhulp van wege het staetsbestuer, … gelukt is … zich op eenen rang te plaetsen welke hem toelaet niet alleen in het strydperk te treden met de bevoorregte gestichten, zoo als Heyne-St-Pieter, … en met de vreemde, en namelyk de engelsche werktuigen ...” (De Vlaemsche Werktuigen. in De Akkerbouw. 7. 1855. 8).

Webwww.mot.be

Wil je elke maand informatie over de geschiedenis van de technieken en het MOT ("MOTnews")? Klik dan hier.

MOT's MSN community - FORUMS - LINKS - CHAT
email