werktuig
Ringsleutel voor wiel (m.)
Wanneer een luns het wiel op de as van een kar of een wagen houdt (1),
volstaat een hamer om het los te maken. Wanneer het om een moer gaat,
gebruikt men meestal een bijzondere vier- of zeskantige ringsleutel. Hij is
altijd S-vormig (2) en kan enkel of dubbel zijn. [MOT] (1) De moeren van
een autowiel worden met een wielmoersleutel los- of aangedraaid. (2) Zodat
de twee werkende delen in twee verschillende vlakken liggen.