Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken

Zoekresultaten 16,021 - 16,030 16,197 resultaten gevonden
Steenboorschaaf (v.)
De stukadoor gebruikt de steenboorschaaf om nog vochtig lijstwerk uit gips glad te schaven en sponningen uit te schaven om een bepaald profiel aan de sierlijst te geven. De steenboorschaaf is een lange (ca. 35-50 cm), smalle (ca. 3-6 cm breed blok; ca. 1-7,5 cm brede beitels) schaaf waarvan de beitel op de schuine (ca. 35°) voorzijde van het blok is bevestigd door middel van schroeven die in een ingewerkt plaatje draaien. De beitel kan een rechte, schuine, holle of bolle snede hebben (1). Achteraan het blok is een gleuf voorzien dat als handvat dienst doet. Zie ook steenschaaf en neusboorschaaf. [MOT] (1) Bv. GOLDENBERG: 148.
Gatenzaag (v.)
De gatenzaag (1) is een rond zaagblad aan een metalen cylinder die met een hulpstuk op een boorwerktuig of -machine wordt bevestigd. Een bijzonder handmatig model met kruk is de sponzaag. Tegenwoordig combineren de modellen diverse diameters met een reeks zaagbladen in één hulpstuk. De gatenzaag is courant bij isolatiewerkers om uitsparingen in plaatmateriaal te zagen bv. voor elektrische aansluitingen. Afhankelijk van het materiaal en de kwaliteit van het zaagblad kan het voor diverse materialen gebruikt worden (2). (1) 'Tech-Term': 12.39. V.D. (1989): s.v. gatenzaag: "rond, met in concentrische cirkels staande zaagtanden voorzien hulpstuk voor een boormachine, om ronde gaten mee te zagen". De term klokzaag is een letterlijke vertaling uit het Frans. (2) SALAMAN: 416-417: s.v. crown saw toont diverse historische modellen die ook handmatig bediend worden en voor hout, hoorn, metaal, enz. kunnen dienen.
Sponzaag (v.)
Handwerktuig om een rond gat, o.m. een spongat (vgl. gatenzaag, sponboor en snijpasser) uit te zagen. Het bestaat uit een zaagblad rond een cilindervormig stuk hout gedraaid waardoor een kruk gestoken wordt. In het midden van de doorsnede steekt een ijzeren punt die als centrum dient wanneer het werktuig gedraaid wordt. Soms is de punt door een schroef vervangen. De punt wordt in de duig geduwd of in een vooraf geboord gaatje gestoken. De sponzaag wordt dan gedraaid zoals een gewone avegaar zodat een schijfje uitgezaagd wordt. Soms is het mogelijk dat schijfje uit de sponzaag te duwen door middel van een stangetje (1). Op sommige sponzagen is een losse knop op het bovenuiteinde bevestigd, zodat het werktuig een soort borstavegaar wordt. [MOT] (1) PAULIN-DESORMEAUX: 91.
Graanboor (v.)
De graanboor is een handwerktuig om bulkgoederen en voedingswaren in zakken (vb. graan, koffie, cacao) te controleren op kwaliteit door een steekproef te nemen. Door een beperkt staal te bestuderen, kan men controleren of de inhoud van een recipiënt aan de eisen voldoet. Het wordt gehanteerd door handelaars zelf maar ook door controleurs bij de douane en in de haven. Molenaars en graanhandelaars hadden de reputatie verhandelde graanzakken aan een grondig onderzoek te onderwerpen met de graanboor. De graanboor behoort net als de kaasboor tot de monsterstekers. Het bestaat ook uit een langwerpig, halfcilindervormig blad dat aan het uiteinde vaak smaller is. Zowel blad als hecht kunnen diverse vormen en formaten aannemen. De controleur steekt het werktuig diep in de waar en trekt het meteen terug. Het monster bevindt zich dan in de holte van het blad. Op een model kan het blad openscharnieren om het graan vlot uit de gleuf te schuiven (1). [MOT] (1) Zie dit scharnierend exemplaar met T-steel van Museum Rotterdam
Kolkschep (v.)
De kolkschep is een handwerktuig van de kolkenruimer om een rioolput te reinigen door slib en vuiligheid, die de afvoerstroom belemmeren, eruit te scheppen. Ze bestaat uit een lepelvormig of komvormig werkend deel van metaal. In de opstaande randen zijn gaten voorzien om vloeibare substantie te laten uitvloeien en enkel het slib te verwijderen. Door middel van een dille is het werkend deel aan een lange houten steel bevestigd. De kolkschep is soms gecombineerd met een haak om het rioolrooster boven de put uit te nemen. Zie ook de baggerlepel en buizenlepel. [MOT]
Buighout voor rotan (o.)
Houten werktuig om biezen, rotan of bamboe stokken gelijkmatig in de gewenste vorm te buigen en te rechten tot eenvormige stokken, als eerste stap in bv. het maken van een stoel in rotan (1). Om het buigen te vergemakkelijken, wordt de stok meestal vooraf verwarmd. Bij gebruik van het buighout moet de rotanvlechter nauwkeurig druk uitoefenen om beschadiging te voorkomen. Doorgaans zijn er twee gebogen uitsparingen om het hout langs te buigen, gespiegeld één aan elke kant en licht verschillend van dikte. Modellen met meer uitsparingen zijn uitzonderlijk. [MOT] (1) BOUCARD: 593 sv. redresseur de cannes: "palette à poignée à échancrures en biais pour redresser les cannes de jonc."
Uienvork (v.)
De uienvork of groentesnijkam heeft een reeks lange (ca. 5-8 cm), dicht naast mekaar staande, scherpe, metalen tanden die in een houten of plastic handvat bevestigd zijn. De tanden worden in een schoongemaakte ui gedrukt; met een mes kan men tussen de tanden door de ui in schijfjes snijden.Zie ook de groentesnijtang. [MOT]
Maaswijdtemeter (m.)
De maaswijdtemeter is een klein piramidevormig kaliber, doorgaans in palmhout (buxus). Een visserijwachter doet ermee steekproeven in de openingen van een visnet om te controleren of de maaswijdte niet te groot is, waarmee hij de richtlijnen van de visserijwetgeving rond overbevissing kan controleren. Er zijn steeds lijntjes met maataanduidingen aanwezig, soms aangevuld met de namen van vissoorten om aan te geven hoe groot de maaswijdte mag zijn per soort. [MOT]
Wagenmakerspasser (m.)
De wagenmakerspasser is een vier- of zeskantig houten blok waar, in elk vlak, drie ijzeren punten steken. Met deze passer tekent de wagenmaker de diameter van de naven af. [MOT]
F. Schildknecht. Machines - outils