Aks (v.)

identificatiecode

MOT V 2011.0551

morfologie

bijlvormig

beroep

beroep

holotype

MOT V Dv 0496 L=77cm B=33,5cm B(blad)max.=8cm G=3600gr. Opschrift (eigendomsteken): HVBD.

holotype

MOT V 82.0643 L=96,5cm B=34cm B(blad)max.=13cm G=4200gr

holotype

MOT V 82.0744 L=94cm L(blad)=27cm B(blad)max.=13cm G=3300gr

holotype

MOT V 86.0544 L=69,5cm B=20cm B(blad)max.=12cm G=1670gr. Opschrift: Stanley 1250.

holotype

MOT V 86.0594 L=85cm B=21cm B(blad)max.=13cm G=2600gr. Opschrift: COULAUX.

holotype

MOT V 2005.0111 L=97cm B=25cm G=3900gr

holotype

MOT V 2008.0238 L=90cm B=25cm G=2350gr. Opschrift: TRUPER AMERICAN HICKORY.

holotype

MOT V 2011.0551 L=110cm B=34cm G=4700gr. Opschrift: D afb ster Smederij D Denolf B.V.B.A. afb ster / ovaal.

alias

axe (syn.) (AUBIN: s.v. cognée)

alias

happe (syn.) (W.N.T.)

alias

bijl, grote (syn.) (GROTHE: 182)

alias

houthakkersbijl (syn.) (Tech-term: 12)

alias

velbijl (syn.) (SCHILTHUIS: 16)

alias

schrootbijl (syn.) (SCHILTHUIS: 16)

alias

rooibijl (syn.)

alias

struikenbijl (syn.) (VINK: 16)

alias

groot bijl (syn.)

omschrijving

Zware bijl (1,2-4 kg.) met lange steel (tot 1,10 m) om bomen te vellen of te rooien. Er bestaat een zeer grote verscheidenheid in de vorm van het ijzer en van de steel (1). De aks is hét werktuig van de houthakker. Ze wordt ook gebruikt voor het opwerken, d.i. het afkappen van de takken van de gevelde boom, voor het ruw behakken van een stam en soms voor het kloven.

In de griendcultuur wordt de aks, soms ook struikenbijl of rooibijl genoemd, ook gebruikt om oude stronken te rooien.

In tegenstelling tot de beslagbijl (2) heeft de aks een tamelijk smal ijzer (3) met boogvormige snede en meestal (4) een oog. Onder het ijzer is vaak een stangetje uitgesmeed dat het uiteinde van de steel beschermt. De Europese modellen hebben een lang blad, in tegenstelling tot de Noord-Amerikaanse. Daar het hanteren een grote zwaai vereist, is het uiteinde van de steel vaak haak- of bolvormig.

De aks met dubbel blad schijnt onbekend in Europa. Een van haar sneden is minder scherp dan de andere. Ze dient tot het doorhakken van wortels in de grond of van een kwast(5). [MOT]

(1) Bv. GAYER & FABRICIUS: 143-146.

(2) Vroeger heette de beslagbijl ook cognée, vandaar de benamingen charpentier de petite- en de grande cognée om de schrijnwerker van de timmerman te onderscheiden. Nu duidt cognée vooral de aks aan: de Grand Larousse Encyclopédique geeft beide betekenissen maar spreekt van een werktuig à fer étroit, dus van de aks.

(3) REISSINGER: 21 raadt 120 mm aan voor hard hout, 140 mm voor zacht hout. Veel aksen zijn echter smaller (zie |)

(4) Een merkwaardige uitzondering in DAVID 1976 (|).

(5) REISSINGER: 14; FORBES, 1961:16.9