Bandhaak (wiel) (m.)

identificatiecode

MOT V 83.0412

morfologie

beroep

beroep

beroep

holotype

MOT V 83.0412 L=55cm B=2cm G=2210gr

alias

trekhaak (syn.) (VAN DER KLOES & VAN HEDDEN: 118)

alias

bandentrekker (syn.) (Bouwkundige Encyclopedie: s.v. bandentrekker)
beschrijving

De bandhaak is een metalen (1) hefboom om de band op de velgen van een wiel te trekken. Het is een rechte staaf met losse haak (2), waarvan de afmetingen (0,50-2 m) verschillen naargelang van de grootte van het wiel (kruiwagen, wagen enz.). De haak kan door middel van een ring op de staaf glijden (3) of aan de staaf bevestigd zijn door een beugel of een spil. Hij kan ook door de staaf steken (4) of erop bevestigd zijn door een verstelbare bout. Soms wordt een dubbele haak gebruikt waardoor de staaf gestoken wordt. De gloeiende band wordt op de velgen gedragen, de uiteinden van twee of drie bandhaken onder de velgen gestoken en de haken op de band geplaatst. Door het naar beneden drukken van de hefbomen, wordt de band op de velgen getrokken terwijl de vakman er met een zware hamer op slaat. Het gaat hier om een smidswerktuig maar de wagenmaker had meestal ook bandhaken voor herstellingen waarvoor de smid niet nodig was.

De heier gebruikt een bandhaak om de beslagring van de heipaal te verwijderen wanneer hij in de grond geslagen wordt. De haak wordt dan onder de ring geplaatst en het uiteinde van de staaf op de kop van de paal.

Zie ook banddraaghaak. [MOT]

(1) De houten bandhaken schijnen uitzonderlijk te zijn (bv. MURRAY: 390).

(2) De bandhaak met vaste haak (JENKINS: 109) schijnt in onze streken niet te bestaan.

(3) Bv. MARIN-DARBEL: 73.

(4) THEUWISSEN: 301.