Een castreerhout bestaat uit een paar van twee half-cylindrische hardhouten (bv. hazelaar, vlier) klemmetjes die wat op een handvat voor een strijkijzer gelijken. Beide houtjes zijn symmetrisch gemaakt en gebonden met een touw of een stalen ring (1). Aan de zijkant is soms een merkteken zichtbaar dat doorloopt over beide aansluitende houtjes om het paar vlot in de juiste positie vast te nemen.
Centraal is op beide vlakken een gleuf gemaakt, waarin de zaadstreng van het dier wordt vastgeklemd. De bloedtoevoer naar de teelbal is afgekneld, waardoor deze uiteindelijk verschrompelt en afsterft. Deze methode om een paard te castreren is in onbruik geraakt ten voordele van diervriendelijker methodes.
Zie ook de castreertang en castreerschaar. [MOT]
(1) Handelscatalogus Kalcker-Wielemans Bruxelles, 1914: 230.
Handelscatalogus H. Hauptner. Die Thierärztlichen Lehranstalten der Welt an der Jahrhundertwende, Berlin: 133.