Ceseel (o.)

identificatiecode

MOT V 99.0104

morfologie

beroep

holotype

MOT V 99.0104 L=22cm B=7cm G=496gr

holotype

MOT V 99.0108 L=13,5cm B=7cm G=175gr

alias

frijnbeitel (syn.)

alias

cyseel (syn.) (JANSE 1998: 30)

alias

syseel (syn.) (JANSE 1998: 30)

alias

platijzer (syn.) (JANSE 1998: 30)

alias

frijnijzer (syn.) (JANSE 1998: 30)

alias

scharreerbeitel (syn.) (JANSE 1998: 30)

alias

slagijzer (syn.) (JANSE 1998: 30)

alias

careerbeitel (syn.) (Tech-term: 6.29)

alias

scharrierijzer (syn.) (Tech-term: 6.29)

alias

cesseel (syn.) (Tech-term: 6.29)
beschrijving

Zware geheel metalen steenhouwersbeitel met dubbele vouw waarvan de hoek tussen 10° en 40° bedraagt, afhankelijk van de hardheid van de steen. De rechte snede is tussen ca. 3,5-12 cm en meer breed. Soms heeft het ceseel een houten hecht, gebruikt voor zachtere steensoorten (1).

Na het steenoppervlak bewerkt te hebben met de bouchardbeitel of de bouchardhamer gebruikt de steenhouwer hoofdzakelijk een ceseel om te scharreren (2) en te frijnen. Dit is het steenoppervlak eerst ruw bewerken en daarna afwerken door het aanbrengen van ribben en (smalle) groeven waarbij deze bij het frijnen evenwijdig liggen en bij het scharreren niet. Hiervoor kan ook een vlecht worden gebruikt.

In tegenstelling tot het bordijzer, waarmee men enkel langs de rand van het te bewerken vlak werkt, bewerkt men met het ceseel het hele vlak. De richting van het snijvlak wordt enigszins schuin t.o.v. de reeds bestaande rand geplaatst. [MOT]

(1) BESSAC: 121.

(2) Door JELLEMA: 47 ook schreren genoemd.

Ceseel MOT V 2003.0893 L=19cm B=5,5cm G=624gr Opschrift: IBT