Kloofwig (v.)

identificatiecode

MOT V 88.0403

morfologie

beroep

beroep

beroep

beroep

holotype

MOT V 88.0403 L=18,5cm B=4cm G=1000gr

alias

kloofbeitel (syn.) (V.A.W.P.: 2.546)

alias

houtbeitel (syn.) (V.D.)
beschrijving

De kloofwig is een driehoekig stuk hout of metaal (ca. 15-25 cm lang, 1-2 kg) (1) om hout te kloven. De gebruikte houtsoorten zijn o.m. haagbeuk (Carpinus betulus), iep (Ulmus) en sleedoorn (Prunus spinosa). Veel metalen kloofwiggen hebben in beide schuine zijden een groef (2). Dat belet in een zekere mate het uitspringen van het werktuig. Sommige eindigen in een dille waarin een kort hecht steekt.

De scherpe hoek van de metalen wig wordt op het te kloven stuk geplaatst in de richting van de vezels en met een moker of een sleg geslagen. Zo nodig wordt een tweede of een derde (houten) wig verder in de spleet of naast de eerste gedreven. Indien enkel houten wiggen gebruikt worden, wordt eerst een spleet gemaakt met behulp van een kloofbijl.

De kloofwig dient vooral om lange liggende stukken te kloven, in tegenstelling tot het kloofmes en de stokwig.

Zie ook velwig. [MOT]

(1) GLĂ„SER 1931: 366 geeft een tabel van de lengten van de kloof- en velwiggen.

(2) Hakkels genoemd.