Koevoet (m.)

identificatiecode

MOT V 2005.0245

morfologie

beroep

beroep

beroep

beroep

holotype

MOT V 82.0245 L=57cm B=8cm G=1200gr

holotype

MOT V 86.0533 L=33,5cm B=3,5cm G=570gr. Opschrift: JJL STANLEY.

holotype

MOT V 2002.0304 (Japan) L=20cm B=5cm G=200gr. Opschrift: 200 YAMAGUCHI afb kroon.

holotype

MOT V 2005.0245 L=33cm B=7cm G=586gr

alias

klauwezer (syn.) (TIDEMAN: 172)

alias

spijkerklauw (syn.) (SCHARROO: 105)

alias

nageltrekker (syn.) (KARMARSCH: 1 779)

alias

nagelklauw (syn.)

alias

sloopbeitel met gebogen klauw (syn.)
beschrijving

Metalen ronde of platte staaf van ca. 25-105 cm, met een licht gebogen gespleten uiteinde, de klauw, om nagels uit te trekken. De inwendige randen van de spleet zijn meestal afgeschuind om de nagel gemakkelijker te vatten. Het onderuiteinde van sommige grote modellen is C-vormig gebogen om langere nagels te kunnen uittrekken. Het ander uiteinde van de koevoet is vaak plat gesmeed om bijvoorbeeld kisten open te breken.

De Japanse koevoet (Japans: kajiya) verschilt in vorm van het westers model. Hij heeft twee haakse klauwen. Aan de gebogen kant is er een plat slagvlak waarop men met de hamer kan slaan.

Om nagels uit te trekken gebruiken de stoffeerder en de schoenmaker een kleine koevoet, namelijk de spijkerlichter met houten hecht. De bontwerker gebruikt de afspijkerkam.

De koevoet is te onderscheiden van de handspaak en van het breekijzer.

Zie ook kistenbijltje. [MOT]