Lijnwerkershaak (m.)

identificatiecode

MOT V 2006.0132

morfologie

beroep

beroep

beroep

holotype

MOT V 2006.0132 L=31cm B=6cm G=481gr. Opschrift: LC-65.

omschrijving

Bovengrondse telefoonlijnen worden doorgaans door een arbeider die op de palen staat, op de steunen van de isolatoren getrokken met behulp van een touw met een haak. Wanneer dat mogelijk is, wordt de lijn van op de grond op die steunen gelegd met behulp van een stok van 3- 4 m, al dan niet uit een stuk. Het werkend deel bestaat uit een gaffeltje of uit een samenstelling van gaffeltje en haak; de haak maakt het mogelijk werktuig én lijn op te hangen tijdens de bewerkingen.

Op een bijzonder model is er aan het ander uiteinde een hamer gemonteerd waarmee duimen ingedreven kunnen worden: "Le marteau sert à fixer les clous supports, à hauteur, dans les appuis naturels appropriés (arbres, poteaux, corniches, linteaux, etc.) et à les en arracher. Cet outil spécial porte, du côté a, un logement dans lequel se maintient le clou support, ce qui permet d'enfoncer celui-ci d'un seul coup à la volée en tenant la hampe par l'extrémité opposée au marteau sans qu'il y ait danger de voir le clou sortir du logement. De l'autre côté, l'outil affecte la forme d'une pince à levier facilitant l'extraction des clous" (1).

Tijdens militaire operaties dient het gaffeltje ook om een lijn die op de grond zal blijven liggen, van de weg te duwen waarop de lijnwerker loopt (1). [MOT]

(1) ''Manuel de l'instructeur téléphoniste-signaleur'': 99.