Melkplaat (v.)

identificatiecode

MOT V 2004.0231

morfologie

morfologie

beroep

holotype

MOT V 93.0441 D=6,8cm H=1,7cm G=71gr

holotype

MOT V 2004.0231 D=7,5cm H=2,5cm G=72gr

alias

melkbedarer (syn.)
beschrijving

Bij het koken van melk en andere schuimende vloeistoffen ontstaan er luchtbellen. Ze ontwikkelen tot een stevig schuim dat steeds groter wordt en stijgt zodat uiteindelijk de melk overkookt. Het melkplaatje gaat deze schuimontwikkeling tegen door de op de bodem ontstane luchtbellen naar een kleine opening te leiden en te breken.

Een melkplaat bestaat uit een hol en rond (diam. ca. 7-9 cm) geribd plaatje van glas, porselein, geëmailleerd- of vertind plaatijzer. Een uitsparing of tuitje is voorzien respectievelijk in de zijkant of bovenaan het plaatje.

Een ander model is, in het midden van het plaatje, voorzien van een lang buisje dat de luchtbellen tot boven de melk leidt (1).

Een hoog model heeft de vorm van een omgekeerde trechter met onderaan enkele kleine inkepingen. Bovenaan is het voorzien van een rand in de vorm van een champignon. Als de melk kookt stijgt ze in de omgekeerde trechter en loopt over de boord weer in het pannetje (2).

Voor hetzelfde doel kan men ook een melkkoker, een hoge pan met doorboord deksel, gebruiken. [MOT]

(1) Bv. ''Nouveau Larousse ménager'': 678.

(2) MILLET & ROBINET: 102.