Messingschaaf (v.)

identificatiecode

MOT V 83.0360

morfologie

beroep

beroep

holotype

MOT V 83.0360 a-c3 L=23,5cm B=2,3cm H=16cm G=300gr. Opschrift: LS 8.

holotype

MOT V Dv 0446 L=39cm B=5cm H=19cm G=1248gr. Opschrift: W. PICARD

holotype

MOT V Dv X 0090 (ploegschaaf (dubbele)) L=23,5cm B=3cm H=14,5cm G=400gr. Opschrift: nr. 23 5 m/m.

alias

vastploeg (syn.) (VAN KEIRSBILCK 1898: 332)

alias

messingploeg (syn.) (VAN KEIRSBILCK 1898: 332)

alias

vaarploeg (syn.) (VAN KEIRSBILCK 1898: 332)

alias

mesploeg (syn.) (VAN KEIRSBILCK 1898: 332)

alias

bukschaaf (syn.) (VAN KEIRSBILCK 1898: 332)

alias

veerschaaf (syn.) (Tech-term: 18)

alias

veerploeg (syn.) (MERTENS 1956: 1.21)

alias

varken (syn.) (VAN KEIRSBILCK 1898: 525)

alias

klikschaaf (syn.) (VAN DER HOEVEN: 24)

alias

ploeg (syn.) (VAN KEIRSBILCK 1898: 331)

alias

klikkerveerschaaf (syn.) (VAN KEIRSBILCK 1898: 331)

alias

ploeg, vaste (syn.) (MERTENS 1956: 1.21)
beschrijving

De messingschaaf is een ploegschaaf (zie groefschaaf) om de messing uit de schaven. In het midden van haar zool, evenals in haar beitel is een groef uitgespaard. Tussen beide benen van de beitel wordt soms een stukje hout geklemd om te vermijden dat het gat door schaafsel verstopt geraakt.

Een aanslag bepaalt de afstand tussen de messing en de rand van de plank. De zware messingschaven hebben soms een handvat en twee beitels.

Soms vormen de messingschaaf en de groefschaaf één enkel werktuig, met name de dubbele ploegschaaf. De steeds smalle beitels staan dan in tegenovergestelde richting.

Men kan de messingschaaf ook aan een veerploeg bevestigen. [MOT]