Oliesteen (m.)/Watersteen (m.)

identificatiecode

MOT V 2005.0363

morfologie

beroep

beroep

beroep

beroep

beroep

beroep

beroep

beroep

beroep

beroep

beroep

holotype

MOT V 87.0369 a-b2 (oliesteen) L=16cm B=8cm H=3,5cm G=430gr. Opschrift: FOR.

holotype

MOT V 96.0323 a-b2 (oliesteen) L=13cm B=4,5cm G=90gr. Opschrift: RASO Hone and Stropper for Razorblades and Ordinary Razors.

holotype

MOT V 2001. 0627 (Japan) (watersteen) L=27cm B=8,5cm H=3,5cm G=660gr

holotype

MOT V 2005.0363 (watersteeen) L=11,5cm B=3,7cm H=13cm G=394gr. Opschrift: MADE IN GERMANY COMBI DRGM.

alias

zoetsteen (syn.) (VAN KEIRSBILCK 1898: 297)

alias

wetsteen (syn.) (VAN KEIRSBILCK 1898: 297)

alias

zetsteen (syn.) (VAN KEIRSBILCK 1898: 297)

alias

aanzetsteen (syn.) (Kramer & Röder: 35)
beschrijving

Scherp gereedschap kan op een oliesteen of een watersteen geslepen worden. Beide kunnen van natuur- of van kunststeen (1) zijn. De oliesteen is op het eerste zicht niet te onderscheiden van de watersteen. Oliesteen wordt tijdens het gebruik steeds geolied; watersteen wordt gebruikt met water, kunstwatersteen moet zelfs 10-20 minuten onder water gedompeld worden (2) voor men hem gebruikt. Water of olie, beide een smeermiddel, verwijdert de afgesleten deeltjes en bewaart het schurend effect van de steen. Om het breken te voorkomen en om de steen te kunnen bevestigen, ligt hij vaak in een houten houder, al dan niet met deksel (3). Door middel van twee of drie licht uitstekende nageltjes wordt het geheel op de werkbank stevig op zijn plaats gehouden; dit kan soms ook door aan de onderzijde een lederen strip aan beide uiteinden vast te lijmen (4).

Soms is de oliesteen/watersteen gecombineerd met een wetleer.

De Japanse watersteen wordt vaak in een ceder of vurenhouten houder geplaatst omdat deze houtsoorten makkelijker opzwellen bij watercontact en de steen dus beter vastklemt. Bij natuursteen zit de steen passend in de houder. Bij een kunststeen moet hij makkelijk uit de houder kunnen gehaald worden omdat deze, voor gebruik, onder water wordt gedompeld. Hij wordt dan tijdens gebruik vastgezet met een wig. Langs één of beide langste bovenzijde(n) wordt een uitsparing voorzien om het water er makkelijker te laten uitlopen.

Zie ook slijpsteen, wetsteen en wethout.

Naast de scheermesjesslijper gebruikt de kapper een holronde oliesteen (V 96.0323) om de mesjes van een veiligheidsscheermes te slijpen. [MOT]

(1) Er bestaan ook gecombineerde kunstwaterstenen die langs de ene zijde een grove korrel hebben en langs de andere zijde een fijnere korrel hebben.

(2) Sommige moeten zelfs onder water bewaard worden.

(3) De houder kan soms versierd zijn bijvoorbeeld in de vorm van een boek (zie V 87.0369 a-b2).

(4) Een tot nog toe niet nader geïdentificeerd model draagt twee vilten kussentjes waartussen het geslepen blad drooggewreven kan worden (zie V 2005.0363).