Profielschraper (o.)

identificatiecode

MOT V 84.0125

morfologie

beroep

holotype

MOT V 84.0125 a-c3 L=36cm B=5cm G=130gr

alias

tamareske (syn.)

alias

aderenritshout (syn.) (KARMARSCH: 1.837)

alias

biezentrekker (syn.) (STEEL: 2.121)

alias

baguettentrekker (syn.) (MERTENS: 1.14, 17)
beschrijving
De profielschraper (1) is een handwerktuig om lijsten in hol- en bolronde voorwerpen te schaven, evenals groeven voor inlegwerk. Er bestaan twee subtypen (2).

Op het eerste is de schaafbeitel vast. Hij steekt in een vierkantig ca. 20 cm lang latje waarop een geleider glijdt. De snede is in de as van de lat gericht. Het werktuig wordt zoals een kruishout gehanteerd (zie ook trekschaaf).

Op het tweede is in de lat met vaste aanslag, in de lengte, een gleuf gezaagd. Hierin glijdt de schaafbeitel. Deze wordt door middel van twee schroeven vastgezet. De twee uiteinden van de lat dienen als handvat.

De schaafbeitels van de profielschraper worden meestal door de schrijnwerker zelf uit een afgedankt zaagblad vervaardigd. [MOT]

(1) DAWYNDT 1972: 109. Er wordt ook van aderenritshout (KARMARSCH: 1.837), biezentrekker (STEEL: 2. 121) gesproken. Deze benamingen verwijzen echter naar één bestemming, namelijk het snijden van groeven. Ze zijn dus te vermijden om een werktuig aan te duiden waarmee lijsten uitgeschaafd worden.

(2) Een profielschraper waarvan blad en geleider vast zijn (SALAMAN: 477) is uitzonderlijk.