Repelkam (m.)

identificatiecode

MOT V 96.0322

morfologie

beroep

beroep

holotype

MOT V 96.0322 L=71cm B=71cm H=65cm G=

alias

vlaskam (syn.) (V.D.)

alias

repel (syn.) (V.D.)

alias

vlasreep (syn.) (DEWILDE 1983: 174)

alias

vlasstreep (syn.) (Ons heem 26 (1972) 3: 102)

omschrijving

De nog niet droge of rijpe zaadbollen worden met de repelkam van de vlasstengel gerukt door deze tussen de staande tanden van een repelkam te trekken (1). Nadien worden de zaadbollen met de bookhamer gedorst (2).

De repelkam bestaat uit een ijzeren kam (ca. 20-70 cm breed) (3) met een 15-40-tal - in doorsnede vierkantige (soms ook ronde) - tanden (1-1,5 cm in doorsnede, ca. 40-50 cm lang) met de ribben dicht naast elkaar (tussenafstand ca. 0,5 cm, d.i. kleiner dan de zaadbol) en eindigend in stompe punten.

Deze kam wordt op een houten blok of met een ijzeren onderstel op een bank vastgemaakt. Laatstgenoemde is al dan niet voorzien van poten en wordt door twee arbeiders gebruikt die beurtelings het vlas door de repelkam halen. Hij wordt veelal op het veld gebruikt nadat het vlas is geoogst of gesleten. Na het repelen worden de stengels in bundels, z.g. booten, gebonden en in water gelegd om te roten.

Er bestaat ook een tweevoudige repelkam met twee rijen tanden. [MOT]

(1) In Japan wordt de repelkam gebruikt voor de rijstkorrels van de stengels los te trekken.

(2) Het vlas met droge en rijpe zaadbollen wordt veelal rechtstreeks met de bookhamer, die zowel de zaaddoosjes breekt en aldus ook verwijdert, bewerkt. (DEWILDE 1983: 175).

(3) Volgens DEWILDE 1983: 177 is plaatsing, opstelling en gebruikswijze variabel van streek tot streek, maar ook het formaat en materiaal variƫren volgens de mogelijkheden en het te verwerken vlas. Zo bijvoorbeeld zijn de repelkammen in de Scandinavische landen kleiner en volledig uit hout gemaakt.