Richtsnoer (metselaar) (v.)

identificatiecode

MOT V 2003.0112

morfologie

beroep

holotype

MOT V 96.0110 a-b2 L=14cm B=1,5cm G=200gr

holotype

MOT V 2003.0112 (richtsnoerpen) L=19cm B=2,5cm G=100gr Opschrift: A.V.R.

alias

metselkoord (syn.) (JACKSON: 22)

alias

metseldraad (syn.) (HASLINGHUIS: 314; JELLEMA: 32)

alias

stekdraad (syn.) (HASLINGHUIS: 314)

omschrijving

Het richtsnoer van de metselaar - een sterk, dun koord (ca. 1 mm) - wordt rond een richtsnoerpen, een puntige metalen pen van ca. 15-20 cm lang met platte punt (ca. 10 cm), gewonden. Het andere uiteinde van de pen heeft meestal de vorm van een paddestoel zodat het richtsnoer en niet af kan glijden. Twee pennen worden gebruikt om, bij het bouwen, het richtsnoer horizontaal te spannen, waarlangs de stenen worden gemetseld (1). Men zet eerst één pen in een voeg (om de hoek) vast. Het richtsnoer, dat aan het uiteinde van de richtsnoerpen is vastgemaakt, wordt strak getrokken en met de andere pen aan de andere kant vastgezet. Vooraleer men begint te metselen controleert men of het richtsnoer zuiver horizontaal is.

Een ander model is gemaakt van plaatijzer. Het bestaat uit een puntige platte pen die aan de zijkant voorzien is van verscheidene inkepingen (2). [MOT]

(1) In plaatst van een richtsnoerpen wordt ook wel een spijker gebruikt. Ook wordt de koord wel om twee stenen, aan beide kanten van de stenenlaag gewikkeld.

(2) JACKSON: 22.