De vingerling voor graanoogst is een houten handbescherming waarmee men bij de oogst halmen kan samenhouden zonder zich te verwonden door de slag van de sikkel of zicht met de andere hand. Het is een alternatief voor de meer courante pikhaak en halmenhaak en komt voor in enkele landen rond de Middellandse Zee. Soms wordt een touwtje aangebonden om rond de pols te bevestigen. In het monoxiele hout, vaak bamboe, zijn één, twee, drie of vier holtes voorzien om de vingers in te steken. De duim blijft steeds vrij (1).
Er bestaat ook een vingerling voor haakwerk, voor hopoogst en een wiedvingerling. [MOT]
(1) J. BOELE, Krabbelaar of vingerling?, in 'Gildebrief Ambacht & Gereedschap', 2013: 8-9.
MOT V 2025.0169