Snijkruishout (o.)

identificatiecode

MOT V 2005.0044

morfologie

beroep

beroep

beroep

holotype

MOT V 2005.0044 L=29cm L=8cm G=147gr

alias

snijhout (syn.) (KARMARSCH: 1.725)
beschrijving

Kruishout waarvan het puntje vervangen is door een opening (ca. 0,8 bij 0,8 cm) waarin een mesje met een wigje wordt opgespannen. Het dient om fineerplaten in stroken (z.g. biezen) te snijden die nadien als inlegwerk of marquetterie worden gebruikt. Soms is het mesje voorzien van tanden om het hout niet te scheuren (vgl. fineerzaag).

Het snijkruishout wordt met behulp van een biezenplank gebruikt. Deze bestaat uit een plank van ca. 60 cm bij 15 cm waarop een aanslag, strook fineer van ca. 2,5 cm breed, langs de rand van de langste en de kortste zijde wordt gekleefd, die een hoek van 90° of 120° vormen.

De fineerplaat wordt tegen de 2 aanslagen van de biezenplank gelegd. De breedte van de biezen plus de breedte van de aanslag wordt op het kruishout ingesteld die nadien langs de rand van de biezenplank glijdt. Het mesje snijdt dan de fineerplaat in stroken.

In plaats van een voorsnijmes op hun bossingschaaf te plaatsen, snijden sommige vaklui liever het hout met een snijkruishout (1). [MOT]

(1) RAUWERDA 1958: 30.