Takkenbosvork (v.)

identificatiecode

MOT V 2005.0112

morfologie

vorkvormig

beroep

beroep

beroep

beroep

beroep

holotype

MOT V 2005.0112 L=17,5cm B=9cm G=175gr

alias

ovenstok (syn.) (V.D.)

alias

ovengaffel (syn.) (WEYNS 1974: 881)

alias

stookgaffel (syn.) (WEYNS 1963: 32)

alias

mik (syn.) (WEYNS 1963: 32)

omschrijving

Met een takkenbosvork laadt de griendwerker takkenbossen of een wiep. Dat laatste gebeurt met meerdere werkers tegelijk. Zij bestaat uit een korttandige gaffel met dille en een houten steel (ca. 90 cm).

De bakker gebruikt de takkenbosvork om de takkenbossen in de oven te plaatsen en vooral om het hout in de oven te spreiden.

Dit model heeft een langere steel (ca. 1-2 m) die in een lange dille steekt (zo’n drie maal langer dan het werkend deel). De lange dille verhindert het verbranden van de steel.

Zie ook rakelijzer. [MOT]