Teenschaafje (o.)

identificatiecode

ID 387

morfologie

beroep

holotype

MOT V 91.0623 L=8cm B=4cm G=50gr

holotype

MOT V 91.0624 L=22cm B=3cm G=150gr

alias

teensplijter (syn.)
beschrijving

Het teenschaafje (1) dient om een teen aan een zijde effen te maken of om haar over de hele lengte dezelfde dikte te geven.

Het werktuig bestaat uit één of twee scherpe blaadjes geklemd in drie op elkaar haaks staande plankjes van ca. 5 cm. Het houten gedeelte kan ook uit één stuk gesneden zijn. Vaak is de zool, d.i. de binnenzijde van de U-vorm, beslagen met een ijzeren plaat. Het blaadje staat niet haaks maar schuin tegenover de zool. De afstand tussen snede en zool kan overal dezelfde zijn maar dikwijls is hij aan een zijde groter. Zo kunnen tenen van verschillende dikte worden bewerkt.

Wanneer er twee blaadjes zijn, staat het tweede dichter bij de zool dan het eerste. Dat laatste snijdt een laag af, het tweede een andere, om te vermijden dat het werktuig de teen zou splijten in plaats van ze te snijden (2). Eén hand vat het werktuig, de andere de teen die tussen de zool en het blad wordt geduwd en dan verder wordt getrokken. Het teenschaafje wordt dus niet zoals een gewone schaaf gehanteerd: de grondstof glijdt tussen zool en blad; het doel wordt in één keer bereikt en niet door het heen en weer gaan van het werktuig (3).

Soms bestaat het teenschaafje uit een houten blok (ca. 10 bij 4 cm) met in het verlengde ervan een hecht (ca. 11 cm). Eerstgenoemde is aan één zijde voorzien van een gat (ca. 5,5 bij 2,5 cm) dat schuin naar beneden loopt tot de andere zijde (ca. 5,5 bij 1 cm). Aan die zijde en op de zool zijn 2 snijdende bladen voorzien waartussen de teen wordt geduwd.

Een ander model heeft een verstelbare zool (4). Het bestaat uit een houten blok (ca. 11 bij 4 cm) met een verstelbare ijzeren zool die aan 1 korte zijde kan scharnieren. Een stelschroef die door het blok steekt stelt de hoek van de zool in. De schaafbeitel ligt evenwijdig ten opzicht van het blok en is met gebogen lipjes aan de zijkanten van het blok bevestigd. De schaaf wordt in een bankschroef bevestigd en de tenen, voorheen met het splijthoutje gespleten, worden door de schaaf getrokken. Zo verkrijgt men platte stroken, geschikt voor lichte manden en het binden. [MOT]

(1) Ook schaafje (VERLONJE: 21); handschaaf (VERMEULEN: 124); mandenmakerschaaf (KARMARSCH: 1.849) maar hier wordt het schaafje op een onderstel bevestigd.

(2) VERLONJE: 21 schijnt een werktuig te beschrijven waar de teen tussen de twee bladen glijdt. Is dat geen vergissing?

(3) Zie ROUBO: 3. pl. 229: vast teenschaafje voor het riet ("canne"). Te vergelijken met de rabot à mettre d'épaisseur met twee zijdelingse aanslagen (Id. 3. pl. 353).

(4) ''Encyclopédie'': Vannier pl. 2.1; SALAMAN: 69.