werktuig
Boomrits (v.)
De boomrits dient om te vellen bomen te merken door er een strook schors af te snijden, ook om - bij het lossen van een schip - het aantal balken van een vlot aan te duiden (1). De boomrits heeft een metalen blad met een U-vormig uiteinde en een houten of hoornen hecht van 10-15 cm. Een zijde van de U is scherp (vgl. klompenmakersrits, balkenrits, tapmes). Sommige boomritsen hebben een vouwbaar blad en een soort stootplaat om de hand te beschermen. Zie ook hoefmes voor paarden. [MOT] (1) JANSEN: 117.