Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken

Zoekresultaten 15,331 - 15,340 16,163 resultaten gevonden
Draadsnij-ijzer (voor bouten) (o.)
Werktuig om een uitwendige schroefdraad te snijden aan ijzeren bouten en dunne staven. Er bestaan verschillende modellen, die allemaal van gehard staal zijn. Het kan een troffelvormig werktuig zijn van variërende grootte (ca. 15-35 cm lang) met in het blad verscheidene gaatjes met draad van verschillende diameter (van enkele millimeters tot 1 cm), voor bouten van verschillende grootte (1). De bout wordt in een bankschroef geklemd en het overeenstemmende gat van het snij-ijzer wordt op het uiteinde geplaatst. De vakman draait vervolgens het werktuig over de bout naar beneden, erop lettende dat het loodrecht op de bout blijft. Het draadsnij-ijzer kan ook een rechthoekig plaatje zijn met in het midden een - eventueel verstelbare - uitsnijding, met rechte handvatten aan de twee korte zijden (2). Daarmee kan men makkelijker draaien. In sommige gevallen is er op hetzelfde draadsnij-ijzer ook een snijtap om inwendige draad te snijden aan de bijbehorende moer (zie draadsnijtap (voor metaal)). Zie ook draadsnij-ijzer (voor...
Splijthoutje (o.)
Het splijthoutje dient om tenen, bramen (Rubus) (1) e.d. in drie of vier te splijten. Het is een rond stukje hout, bv. palmhout (Buxus sempervirens), sleedoorn (Prunus spinosa), metaal, been (2) of ivoor (3) van ca. 5-10 cm (doorsnee 1-10 cm), waarin aan een uiteinde, drie of vier driehoekige inkepingen gesneden zijn zodat er drie of vier sneden ontstaan. Sommige splijthoutjes hebben drie inkepingen aan een uiteinde en vier aan het ander. Bij dikke tenen wordt soms begonnen met een voorsplijthout (4) om het verdere splijten te vergemakkelijken, een steviger model met handvat, ijzerbeslag en grotere diameter (ca. 7-9 cm). De mandenmaker neemt de teen in zijn linkerhand en splijt er het uiteinde van over 5-10 cm met zijn krommes. Daarna duwt hij de sneden van het splijthoutje in de spleten zodat de teen over de hele lengte open gaat. Elk stuk heeft een driehoekige doorsnee. Wanneer platte banden bekomen moeten worden, wordt het splijthoutje niet gebruikt. De mandenmaker snijdt dan de twijg in en buigt ze op zijn...
Draadtrekijzer (o.)
Het draadtrekijzer is een werktuig van de edelsmid om koperen, zilveren of gouden draden te trekken. Het is een stalen blok met steeds grotere gaten van verschillende vormen: rond, vierkantig, rechthoekig, halfrond, ovaal, ovaal met punt, driehoekig, peer, ster enz.; vaak is er een trekijzer per vorm, maar soms ook verschillende vormen in een trekijzer. Aan een zijde is de opening van de gaten trechtervormig om het insteken van de draad te vergemakkelijken; aan de andere zijde is de scherpe rand verwijderd om geen sporen na te laten. Bij het trekken van dunne draad wordt het trekijzer in de bankschroef bevestigd en werkt men uit de hand of met een draadtrektang. Voor dikkere draad wordt met een draadtrekbank gewerkt. [MOT]
Workshops en stages
Kettingzaag (hand) (v.)
De kettingzaag (hand) (1) is een vouwbare zaag en maakt deel uit van het gereedschap van de genie en de artillerie in het leger. Ze dient om betrekkelijk kleine bomen te vellen en takken van nog niet gevelde bomen af te zagen. Ze bestaat uit een opeenvolgende reeks getande blaadjes van 8-10 cm, telkens verbonden door een plaatje en twee klinknagels (2). Het geheel meet ca. 1,20 m en eindigt in twee ringen. Aangezien niet alleen het blad maar ook de klinknagels in de snede moeten kunnen, is de zaag zeer breed gezet (zie glossarium). Hoewel de kettingzaag door één man gehanteerd kan worden, wordt ze meestal door twee man getrokken. Om een beter houvast te bieden, worden vaak twee stukken hout of twee buisjes in de ringen gestoken. Wanneer een hoge tak afgezaagd moet worden, worden twee touwen aan de ringen bevestigd, waaraan getrokken wordt (3). Zie ook draadzaag (houthakker). [MOT] (1) V.A.W.P. (2) De firma Goldenberg maakte een model met 2 en 3 tanden per blaadje voor de artillerie, en met 11 tanden voor de genie...
Stage bronsgieten
Houtdraai-Doe
Buigijzer (mandenmaker) (o.)
Het buigijzer is een werktuig van de mandenmaker om tenen te buigen. Het is een metalen (1) staafje van ca. 25-30 cm met een oog aan beide uiteinden (het een groter dan het ander) of met twee evenwijdige haaks staande staafjes van ca. 5 cm aan één uiteinde. De teen wordt in het gat, het oog of de keep, of tussen de twee staafjes geplaatst en het werktuig tegen de teen gedrukt (2). Het buigijzer is vaak gecombineerd met een klopper (mandenmaker). Met zwaardere modellen kan men dikkere stokken rechten. [MOT] (1) Er bestaan ook houten modellen. Het bestaat uit een korte houten stang van ca. 30 cm met een gat in het uiteinde of een lange stok van 60-80 cm met een verdikking aan een uiteinde waarin een diepe keep gesneden is. De hoepelmaker gebruikt ook soms zulk een werktuig. DUHAMEL DU MONCEAU 1764: 1.234 en DARTHUY: 2.15 noemen het billard maar voor BRUNET 1925: 44 en RENARD 1921: 45 is de billard een soort raam om de hoepels te maken, dat in de grond gestoken wordt. DUHAMEL DU MONCEAU 1760: pl. 5 fig. 45 duidt...
Patroonkruller (m.)
Nadat een hagelpatroon gevuld en afgedekt is met een kartonnen sluitplaatje, wordt de bovenrand van de (kartonnen) huls zeer regelmatig en recht naar beneden omgekruld met de patroonkruller. Het resultaat, de rolkrimp, duwt dan correct, dus niet te hard, het sluitplaatje tegen de hagel die nu opgesloten zit in de huls. Het toestel wordt op een tafel vastgeschroefd. De hagelpatroon wordt met de opening naar de zwengel toe in de conische geribde geleider gestoken. Men duwt de hendel, zodat de geleider de huls lichtjes bijeendrukt en draait gelijktijdig aan de zwengel voorzien van een profiel dat in de huls past. Door het samen duwen en draaien wordt de rand van de huls naar binnen omgevouwen (1). [MOT] (1) Manufrance (1931): 117, model nr. 5-655.
Knopenverdeler (m.)
De knopenverdeler (1) is een metalen, meestal aluminium, verstelbare mal of kaliber (2) die diverse functies kan uitoefenen bij het maken of aanpassen van kleding. Men kan het meettuig daarbij als een harmonica uitrekken of inklappen. De meest gebruikte toepassing is het uitleggen van de knoopsgaten, zodat deze precies op dezelfde onderlinge afstand op een lijn worden gemaakt. Men kan er ook drukknopen, plooien, versiersels, enz. mee afmeten. In de puntvormige uitsteeksels is daartoe vaak een gleuf voorzien om door te steken.  De algemene vorm gelijkt enigszins op een model van de deegsnijrol, waarop echter snijwieltjes zijn gemonteerd. [MOT] (1) Eigen benaming onbekend. (2) Men kan het werktuig ook als een passer beschouwen. Zie het Franse compas d'habillement in ROYER & VERSTRAETE: 411.