Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken

Zoekresultaten 3,941 - 3,950 16,186 resultaten gevonden
Hakblok (o.)
Vlees en groenten kan men hakken op een snijbord, een hakbord of een hakblok. Dat laatste is een dwars doorgezaagd stuk boomstam (ca. 30-60 cm doorsnede; ca. 13-50 cm dik) - vaak het gat van de boom - eventueel met drie poten eronder. Meestal is het van beukenhout. [MOT]
Hak (v.)
Land- en tuinbouwwerktuig met een rechthoekig, halfcirkelvormig, driehoekig of hartvormig blad dat niet in het vlak maar schuin tegenover de houten, rechte steel ligt. De hoek tussen blad en steel varieert van 30° tot 80°. Vaak is het blad, dat van beslagen hout of ijzer kan zijn, met een oog of een dille met de steel verbonden; in enkele gevallen door middel van een zwanenhalsschacht. Meestal is de steel halflang (ca. 100-120 cm) en wordt de hak al staande gebruikt; er bestaan echter ook hakken met een kortere steel (ca. 50-60 cm) waarvoor men zich moet bukken of op de knieën moet (1). Afmetingen en gewicht variëren sterk en zijn aan de bestemming aangepast. Zo worden hakken gebruikt om de grond te bewerken, aardappelen aan te aarden (zie ook aanaardploegje), aardappelen te rooien (zie ook aardappelrooivork en aardappelrooihaak), bomen te planten, greppels te graven enz. In de griendcultuur (en in de weidebouw) worden de greppels na iedere oogst (zie rijshaak) uitgediept en verbreed...
Handboor (met tandwielen) (v.)
De handboor (1) met tandwielen is een boorwerktuig waarbij de beweging van een zwengel door twee kamraderen op de boorhouder wordt overgebracht. Zo ligt het toerental hoger dan bij een omslagboor. In tegenstelling tot de mechanische klopboor is de rotatie continu. Het meest voorkomende model is sterk verwant aan de borstboor maar veel kleiner en lichter (ca. 20-35 cm). Ook bij de handboor kan het tandwielmechanisme zichtbaar zijn of verborgen in een tandwielkast. De meestal houten kruk ligt in het verlengde van de boorhouder. Men grijpt de kruk stevig om het werktuig in positie te houden bij het roteren. Andere modellen hebben een metalen pistoolkolf of een handvat dat uit de as ligt (2). [MOT] (1) De term handboor(machine) wordt vrij algemeen gebruikt voor deze modellen maar is geen sluitende benaming. Dit type onderscheidt zich voornamelijk door de zwengel en tandwieloverbrenging tov de omslagboor, pompboor, klopboor, fretboor, enz. (2) Deze metalen modellen worden soms precisiehandboormachine...
Hakbeitel (m.)
Brede beitel (tot 8 cm) met één of twee vouwen, een angel en een borst, of een dille en een hecht, of helemaal van metaal (1).In tegenstelling tot de steekbeitel is de hakbeitel voor zwaar werk bestemd: een pen uithouwen, een met een boor gemaakt pengat uithollen, vloerplanken aandrijven (2), enz. Het hecht is doorgaans met één of twee ringen beslagen om het barsten te voorkomen.Sommige hakbeitels met driehoekige doorsnede, die naar het hecht toe vaak dikker worden (3), zijn slechts iets breder dan dik. Ze worden soms kantbeitel genoemd (4).De Japanse hakbeitel (Japans: õire nomi), eveneens voor het zwaardere werk, wordt gebruikt in een set met verschillende breedtes en lengtes.Zie ook schrijnwerkersguts.[MOT](1) Zie een lang exemplaar (95 cm) in ''Les moulins'': 24.(2) JELLEMA, R. 1941: dl. 1: 367.(3) Bv. GROTHE: 196.(4) Voor HALMA: s.v. is een kantbeitel een breekbeitel.
Hakselsnijder met los blad (m.)
Het hakselmes wordt samen met de hakselgoot gebruikt om stro, hooi en maïsgroen te snijden dat in het veevoeder wordt verwerkt. Het geheel wordt een hakselsnijder (met los blad) genoemd. Het blad van het hakselmes is ongeveer 70 tot 100 cm lang en is tussen 10 en 20 cm breed. Het handvat aan de ene zijde van het mes ligt in het verlengde van het blad; aan de andere zijde is het handvat dwars aan het mes bevestigd. De hakselgoot bestaat uit een brede bak (ca. 25 cm) met twee (naar boven toe wijder) openstaande planken, waartussen het stro e.d., wordt gelegd. Het hakselmes wordt met beide handen vastgehouden terwijl men het stro, dat uit de goot steekt, afsnijdt. Er bestaat ook een hakselsnijder met vast blad, waar het mes aan één uiteinde vastgemaakt is aan het houten onderstel van de hakselgoot. In dit geval werkt het mes als een hefboom van de tweede soort (1). Zie ook hooimes. [MOT] (1) Er bestaat ook een hakselsnijder met draaiende messen.
Hamer (lederen) (m.)
Hamer (ca. 600-1000 gr) waarvan de cilindrische kop (ca. 7-8 cm doorsnede) van leder is, met een metalen tussenstuk. Vaak is het mogelijk om doppen van verschillend materiaal (rubber, nylon) op het tussenstuk te schroeven. De steel is van hout, plastic of metaal. Een ander lichter model heeft een cilindrische kop die geheel met leder omwikkeld is. De lederen hamer wordt gebruikt voor het bewerken van materiaal waarvan het oppervlak niet beschadigd mag worden. Zie ook hamer (nylon) en rubberhamer. [MOT]
Hammes (slager) (o.)
Met het hammes worden stukken ham in zeer dunne plakken gesneden. Het heeft een smal (ca. 1,5-2 cm) en lang (ca. 25-30 cm) zeer buigzaam lemmet met een afgeronde punt die de dunne plakken niet kan scheuren. De snede kan glad, gegolfd of getand zijn. Zie ook voorsnijmes. [MOT]
Halmenhaak (m.)
De halmenhaak is een handwerktuig van sommige strodekkers en landbouwers om strohalmen naar zich toe te trekken en samen te trekken. Het sikkelvormig metalen blad is verbonden met een recht houten hecht. De halmenhaak onderscheidt zich van de bredere sikkel omdat hij niet snijdt en van de pikhaak, waarvan het blad haaks staat op een lange steel. [MOT]
Haardborstel (m.)
Deze nieuwe werktuigfiche is in opbouw. [MOT]
Handhaak voor hout (m.)
De handhaak voor hout is een metalen (S-vormige) haak (ca. 30 cm lang; ca. 500 gr) met meestal houten hecht en een vierkantige, driehoekige of platte punt om korte en tamelijk dikke (ca. 75-120 / 10-20 cm) stukken rondhout te verplaatsen. Het hecht kan bol-, T- , L- (1) of D-vormig zijn. Daarnaast bestaat er een handhaak voor hout die sterk op een heel kleine zethaak gelijkt. Dank zij de handhaak moet de houthakker of de sjouwer zich minder bukken, heeft hij een beter houvast en moet hij splinterig, nat of bevroren hout slechts met één hand aanraken. Het handwerktuig is te vergelijken met de sjouwershandhaak die in de haven gebruikt wordt en de handhaak voor strobalen. Deze laatste twee zijn echter lichter gebouwd. Zie ook uitdraaghaak (1 man). [MOT] (1) Bv. POHL.