Bezem voor vislijm (m.)

identificatiecode

MOT V 96.0132

morfologie

beroep

holotype

MOT V 96.0132 L=115cm G=1000gr

alias

klaarselbezem (syn.) (Woordenboek van de Brabantse dialecten: 224)

alias

klaarselborstel (syn.) (Woordenboek van de Brabantse dialecten: 224)

alias

lijmbezem (syn.)
beschrijving

De bezem voor vislijm, bestaande uit een rechte steel (ca. 80-100 cm), gestoken in een bundel van berkentakjes (ca. 35 cm lang), wordt gebruikt bij het bereiden van vislijm. Dit is “een soort van lijm die uit samengerolde zwemblazen, inz. van steur, bestaat en in den handel onder de vorm van geel-witte, doorschijnende, reuk- en smaaklooze blaadjes, in warm water oplosbaar en bij afkoeling eene gelei vormend, voorkomt.” (1) De vislijm wordt als bierbreedsel of klaringmiddel gebruikt bij het klaren van het bier. D.i. het zuiveren van de erin zwevende vaste deeltjes om het helder te maken (2).

“De vislijm wordt in kleine stukjes gesneden of op een aambeeld gebroken, en 12 uur in koud water, dat men 1 à 2 maal ververst, geweekt. Als de lijm zacht is geworden wordt hij tussen de handen gekneed tot men een homogeen deeg bekomt. Dat wordt opgelost in water met wijnsteenzuur (0,5 gram per gram lijm) en verhardt tot een gelatineachtige massa die men snel met de bezem voor vislijm klopt om ze op te lossen. Men zeeft de massa om de vezels, die niet zijn opgelost, tegen te houden. Men voegt er water of bier toe tot men een volume bekomt dat in verhouding is met het aantal hectoliters dat men moet lijmen (3).

Men verdeelt de lijm in de vaten en mengt hem met een platte stok voorzien van gaten. Vierentwintig uur later is het bier geklaard.” (4). [MOT]

(1) QUICKE: 313.

(2) Nu gebruikt men filters om het bier te klaren. (''Woordenboek van de Brabantse dialecten'': 189, 224).

(3) Men gebruikt ca. 2 à 4 gram lijm per hectoliter.

(4) MOREAU & LEVY: 504-505.