Bijenborstel (m.)

identificatiecode

MOT V 2013.0042

morfologie

beroep

holotype

MOT V 2013.0042 L=30cm B=1,5cm H=9cm G=82gr

Nadat de bijenkast met de beroker werd berookt worden de ramen eruit gehaald (zie tang voor bijenramen) en worden de bijen met een natgemaakte (1) bijenborstel (2) uit de raten verwijderd. Het werktuig wordt ook gebruikt om een klomp op elkaar zittende bijen (na het zwermen) in een korf te vegen.

De bijenborstel (ca. 30-35 cm) heeft een smal (ca. 1,5 cm) houten borstellichaam voorzien van één rij niet doorboorde gaten waarin fijn en soepele haarbundels (ca. 0,5 cm) uit witte zijde (3), paardenhaar of nylon steken. Meestal is de kop van het borstellichaam afgeschuind en voorzien van nog 1 à 2 haarbundels. Borstellichaam en steel (ca. 13-15 cm) liggen in elkaars verlengde en uit een stuk gemaakt.

“Om de bijen van een raat te borstelen neemt men de bijenborstel in de linkerhand, in loodrechte richting en men borstelt zachtjes de bijen van boven naar onder af, teneinde ze niet tot steken te prikkelen. Men zorgt ervoor dat de haren van de borstel omhoog en de rug een weinig naar de onderkant der raat gekeerd is. In gewoon omstandigheden (bv. bij het inspecteren van de ramen) worden de bijen in de kas geborsteld of geschud, doch bij het oogsten van de honing borstelt men liefst op de loopplank.” (4). [MOT]

(1) Het water zou de bijen rustig houden (VAN DEN BELT: 78).

(2) Een ganzenveer of -wiek of beter een pauwenveer of zelfs samengebonden gras kan de bijenborstel vervangen (HALLEUX: 311).

(3) Zie ''Manufrance'': 730 en HALLEUX: 311.

(4) LEYSEN: 128-130.