Bladhark (m.)

identificatiecode

MOT V 2000.0367

morfologie

beroep

holotype

MOT V 2000.0367 L=155cm B=42cm G=750gr

alias

bamboebladhark (syn.) (LOGAN: 261)

alias

draadhark (syn.) (LOGAN: 261)

alias

bladbezem (syn.) (LOGAN: 256)

Waaiervormige hark die wordt gebruikt voor het opharken van bladeren op gazons en paden.

Het ca. 20-60 cm brede, al dan niet verstelbaar, werkend deel van een bladhark is uit ijzer, bamboe of plastic en heeft 10 à 30 meestal verende, platte, op het einde gebogen tanden (ca. 30 cm). Er bestaan ook bladharken met ronde tanden (1) die tevens het gazon helpen verluchten (zie gazonbeluchter (roller)) en mos eruit trekken. Op het blad is meestal een dwarsverbinding voorzien om te voorkomen dat de tanden in elkaar komen of breken. De houten steel (ca. 100-140 cm) steekt in een dille.

Zie ook gazonhark. [MOT]

(1) Ook draadhark genoemd (LOGAN: 257). Volgens DAILLY: 36 is een model gemaakt met spaken van een fiets beter.