Blekijzer (o.)

identificatiecode

MOT V Dv 0030

morfologie

beitel-/priem-/naaldvormig

beroep

beroep

holotype

MOT V Dv 0030 L=26,5cm B=2,4cm G=160gr

holotype

MOT V Dv x 0561 L=28,5cm B=7,5cm G=180gr

holotype

MOT V Dv x 0654 L=15,5cm B=3,8cm G=180gr

alias

blekbeen (syn.)

alias

blekhout (syn.)

alias

schilsteker (syn.) (Catalogus 1851: 34)

alias

schilbeitel (syn.) (Catalogus 1851: 34)

alias

schilschoffeltje (syn.)

omschrijving

Het blekijzer is een handwerktuig om de eiken (Quercus) van schors en bast te ontdoen (1) om er run van te maken.

Niet zelden wordt een uiteinde van een tamelijk dik been van ca. 20cm afgeschuind (2); het is dikwijls een paardenscheenbeen (3). Het kan ook om een stuk hout van 25-30 cm gaan; een uiteinde wordt afgeschuind en de vouw wordt met een ijzeren plaat beslagen. Het ander uiteinde is recht of knopvormig, soms T-vormig (4). Het blekijzer kan tenslotte bestaan uit een half- of cirkelvormig betrekkelijk dik metalen blad, ca. 3-4 cm breed, op een ca. 10 cm lange dille gesmeed (5); in de dille steekt een houten steel van ca. 20-30 cm. In alle gevallen steekt er aan het uiteinde tegenover de vouw of het ijzer meestal een zijdelings mesje van 1-4 cm of in de verlenging van de steel een haakvormig mesje (6). Voor dikke bomen wordt een lang blekijzer (60-70 cm) zonder mesje gebruikt. (7)

Met een hakmes (hout) wordt de schors horizontaal rond de boom doorgehakt; met het mesje worden schors en bast van boven tot beneden doorgesneden. Het afgeschuind uiteinde van het werktuig wordt dan onder de schors geduwd om ze los te trekken. De hand van de werkman is soms door een vingerling beschermd (8). Het blekken geschiedt in de lente, wanneer er veel sap vloeit tussen hout en bast.

Dat werktuig is te onderscheiden van de schilschop en van de snoeibeitel. [MOT]

(1) Andere werktuigen worden soms gebruikt zoals een koevoet (GOOSSENAERTS: s.v. koeivoet), de bijl (Catalogus 1840: 35: klopbijl, blikbijl).

(2) Zo'n been wordt ook gebruikt om de bast van lindebomen en moerbeibomen te oogsten (H.L. DUHAMEL DU MONCEAU, De l'exploitation des bois ou moyens de tirer un parti avantageux des taillis, demi-futaies, et d'en faire une juste estimation. Du traité complet des bois, Paris, 1764: 1.222).

(3) Bv. REMACLE: 261. Een been met houten handvat (EDLIN: 87) schijnt uitzonderlijk te zijn.

(4) BAILEY: 8. Een mooi afgewerkt handvat zoals afgebeeld in KOLTZ: 61 (= DAVID 1975a: 225) is waarschijnlijk uitzonderlijk.

(5) Blekijzers met angel of geheel van metaal (bv. SALAMAN: 67) schijnen niet te bestaan in onze streken.

(6) https://www.youtube.com/watch?v=SALOYO4h43Y

(7) Op sommige moderne blekijzers is het blad zeer breed. De schors wordt met het ijzer zelf doorgesneden (MÜLLER-THOMAS: 98).

(8) BAL 1946: 216; REMACLE: 262.