Bootshaak (m.)

identificatiecode

MOT V 2000.0012

morfologie

beroep

beroep

beroep

beroep

holotype

MOT V 98.0161 L=22cm H=46cm D=8cm G=2400gr

holotype

MOT V 99.0290 L=18,5cm B=17cm G=380gr

holotype

MOT V 2000.0012 L=24,5 B=7cm G=212gr

alias

balkhaak (syn.) (JANSEN: 28, 114)

alias

pikhaak (syn.) (JANSEN: 28, 114)

alias

vlottershaak (syn.) (JANSEN: 28, 114)

alias

zwaaihaak (syn.) (JANSEN: 28, 114)

alias

vaarboom (syn.)

alias

schippersboom (syn.)

De bootshaak is een enkele of dubbele haak om een boot naar een andere boot, een boei of de oever te trekken of van de oever te duwen, om stammen, balken, een ijsschots of een ander drijvend voorwerp af te duwen, ook om een verdronkene naar de boot of de oever te trekken. Touwen worden er ook mee doorgegeven of opgepikt.

Doorgaans bestaat het werkend deel uit een halfronde puntige haak om mee te trekken en een rechte punt om mee te duwen. Beiden zijn aan elkaar op een dille gesmeed (1). Daarnaast bestaan er modellen met een punt die niet in het verlengde van de steel ligt, maar schuin (zo'n 45°), met twee haakse punten enz.

De lichtere modellen, die op plezierboten dienen om een boei te vangen e.d., zijn nu van brons of plastic en de punten zijn geknopt om beschadiging en verwonding te voorkomen.

De houten steel is zo'n 2 à 4-5 m lang. Op ondiepe vaartuigen wordt de diepgang wel eens op de steel aangeduid om te peilen. Voor de pleziervaart is de steel kort (1,5-2 m); hij kan ook van aluminium zijn gemaakt en telescopisch zijn.

Zie ook brandhaak, velgaffel, stokhaak. [MOT]

(1) Er bestaan ook bootshaken waar beide onderdelen los van elkaar door middel van een ring en twee bouten op de steel bevestigd zijn (ROSHOLT: 53).