Brandweerbijl (v.)

identificatiecode

MOT V Dv 0818

morfologie

beroep

holotype

MOT V Dv 0818 L=32cm B=23cm G=990gr

holotype

MOT V 87.0249 L=38cm B=16,5cm G=1150gr

holotype

MOT V 90.1191 L=37,5cm B=21,5cm G=1000gr. Opschrift: 20000 Volt.

holotype

MOT V 2000.0473 L=46cm B=25cm G=1000gr

holotype

MOT V 2003.0058 L=88,5cm B=35cm G=3250gr

holotype

MOT V 2010.0822 L=41cm B=16cm G=1350gr
beschrijving

De brandweerbijl dient vooral om deuren en vensters open te breken maar wordt voor allerlei doeleinden aangewend (1).

Thans gelijkt ze sterk op een houthakkersbijl. De rechte steel eindigt vaak in een kleine bol om betere grip te bieden. Niet zelden is er onderaan het blad een inkeping om nagels uit te trekken en verstevigt een veer de verbinding tussen steel en werkend deel (2).

Heel courant is een puntbijl, d.i. een bijl met tegenover de snede een zware punt (3). Ook hier treft men vaak een of twee ve(e)r(en) aan. Heden bestaan er brandweerbijlen uit een vonkvrije legering gemaakt. De steel kan kort zijn (zo'n 35 cm) of lang (zo'n 80-90 cm). De korte steel vertoont over de hele lengte vaak lichte bulten om beter grip te bieden; wanneer hij geïsoleerd is, is hij doorgaans gekarteld. De steel van sommige modellen eindigt in een zware ijzeren punt. [MOT]

(1) Bv. om een noodhaak in de muur te drijven.

(2) In de meeste landen bestaan er voor de brandweerbijlen officiële normen. In België is het de N.B.N. 395, uitgegeven in 1955.

(3) Wanneer zo'n bijl (door een ambachtsman) wordt hergebruikt, wordt de punt soms afgezaagd om een hamer te bekomen.