Houweel (o.)

identificatiecode

MOT V 2003.0766

morfologie

beroep

beroep

beroep

beroep

beroep

beroep

beroep

holotype

MOT V 82.0740 L=90 cm B=51cm G=3530gr

holotype

MOT V 91.0728 L=83cm B=44cm G=3630gr

holotype

MOT V 94.0257 L=90cm B=54cm G=2700gr

holotype

MOT V 2003.0766 (houweel met bijl) L=54cm B=7cm H=8,5cm G=2800gr

alias

pios (syn.) (Bouwkundige Encyclopedie: s.v. pikhouweel)
beschrijving

Handwerktuig van de grondwerker en de landbouwer, gebruikt om steen- of rotsachtige grond los te hakken, muurwerk op te ruimen en aangestampte aarde te breken.

Het houweel bestaat uit een zwaar boogvormig ijzer van ca. 40-60 cm lang dat met een oog dwars op een houten steel (ca. 80-120 cm) is bevestigd. Het ijzer eindigt meestal in een punt en, aan de andere kant, in een plat en snijdend deel van ca. 6 cm breed dat haaks op het vlak van de steel ligt. Soms is de punt vervangen door een bijlvormig uiteinde, om de diep gelegen wortels door te hakken. Bij de meeste modellen is het oog naar het uiteinde toe breder zodat de steel gemakkelijk kan vervangen worden en het ijzer niet lost tijdens de arbeid.

Het houweel bestaat ook in een kleinere uitvoering, met een werkend deel van zo'n 40 cm lang en een steel van ca. 40 cm. Dat model maakt, samen met het legerschopje, deel uit van het gereedschap van de infanterist (1). Hij gebruikt het om muren te slopen, om schietgaten in muren te breken, enz.

Men gebruikt een houweel met een zwaaiende beweging terwijl de (rechter) hand langs de schacht op en neer glijdt, blijft de andere hand het einde stevig vasthouden. Het werktuig wordt ook als hefboom gebruikt om stenen los te maken. Er wordt dan aan de steel getrokken; desnoods wordt een voet op het ander uiteinde van het ijzer gezet om meer kracht uit te oefenen.

Zie ook ijshouweel, pikhouweel en stophouweel.

Zie ook hak, tweetand en keihak. [MOT]

(1) Zie bv. ''Le livre du gradé d'infanterie à l'usage des élèves caporaux, caporaux et sous-officiers de l'infanterie et du génie'': 474.