Schopje (leger) (o.)

identificatiecode

MOT V 97.0222

morfologie

beroep

beroep

beroep

holotype

MOT V 93.0065 L=50cm B=15cm G=900gr

holotype

MOT V 97.0222 L=50 B=15cm G=700gr

holotype

MOT V 2004.0057 L(gesloten)=52cm L(open)=70cm B=15,5cm G=1328gr

alias

infanterieschop (syn.) (Onderricht betreffende de terreinversterking. 2. Veldwerken voor troepen van alle wapens: 16)

alias

schopje (Linnemann-) (syn.)

alias

pioniersschop (syn.)

alias

vouwschop (syn.)

alias

klapspade (syn.)
beschrijving

Naar aanleiding van het gebruik van handvuurwapens is het voor de infanterist van groot belang dat hij zich zo snel mogelijk kan ingraven en dus hiervoor zijn eigen gereedschap, zoals het legerschopje, mee heeft (1). Het werktuig kan tevens gebruikt worden om veldlatrines en -keukens te creëren (2). Vermits het legerschopje steeds dezelfde afmetingen heeft, wordt het ook als meetinstrument gebruikt bij het bouwen van een schuilloopgraaf (3).

Het legerschopje is een klein schopje bestaande uit een dik ijzeren blad (ca. 15 cm x 20 cm), met aan de achterzijde een verstevigingsplaat. Beide lopen langer uit in twee veren waarin een korte (ca. 30 cm) houten T- of knopsteel steekt. Het geheel wordt bijeengehouden door een beslagring. Het blad van het legerschopje is bovenaan omgebogen om de schoen van de gebruiker niet te beschadigen. Bij sommige modellen kan één zijde van het werkend deel dun geslepen worden zodat het als bijltje kan worden gebruikt; de andere zijde kan getand zijn zoals een zaag (4). Er bestaan ook vouwbare modellen waarvan men het blad haaks op de steel kan vastzetten en zo als houweel kan gebruiken. Dat model wordt vaak gebruikt als kampeerwerktuig (5), als noodwerktuig in de auto of door de archeoloog om de grond af te schrapen. Omstreeks 1900 werd het schopje met getande zijde ook aangeboden voor de jacht op vossen en dassen (6).

Men kan het legerschopje al staande, al knielend of al liggend gebruiken. In elk geval steekt de infanterist, die het werktuig met beide handen hanteert, het werkend deel schuin in de grond. Daarbij vermijdt de staande soldaat alle krachtinspanning der armen en gebruikt het gewicht van zijn lichaam door buiging der knieën. In liggende houding, o.a. bij welgericht vuur van de vijand, leunt de soldaat op zijn linkerzijde en werpt de aarde naar voren door één enkele beweging van de rechterarm.

Zie ook aasspade, houweel. [MOT]


(1) Voordien werden de grondwerken door de genie uitgevoerd met het gereedschap dat in wagens - de zogenaamde trein - volgden. Ook voor hen werd wel eens bijzonder gereedschap uitgedacht zoals de spade-pikhouweel die ook als schild kon dienen (KNIGHT: 1193).

(2) HUYGHE & PHILIPPE:113.

(3) Bv. JACQUES & DE ROO: 199.

(4) Le livre du gradé d'infanterie à l'usage des élèves caporaux, caporaux et sous-officiers de l'infanterie et du génie: 474.

(5) Hiervoor bestaan ook dubbel vouwbare schopjes.

(6) Catalogus [p 1900]: J.-C. Tissot: 13.