Kuipersbijl (v.)

identificatiecode

MOT V 89.0717

morfologie

beroep

holotype

MOT V 89.0717 L(blad)=26,5cm L(steel)=31cm B(blad)=23cm B(steel)=4,5cm G=2100gr. Opschrift: A. GÜRTS & C° Elberfeld Ads...tia. Opschrift (eigendomsteken): W.C.

alias

baars (syn.) (W.N.T.)
beschrijving
Duigen worden gekloofd. Vervolgens bewerkt de kuiper de stukken op een kapblok. Hij houwt de brede zijden om een nagenoeg vlakke binnenzijde en een enigszins bolronde buitenzijde te bekomen. Van de uiteinden van beide smalle zijden hakt hij een lange driehoek af opdat de duig breder zou zijn in het midden dan aan de uiteinden. Dat gebeurt met een  duigenhouwer of met een bijl.

De kuipersbijl (1) is een brede (ca. 20-25 cm) bijl van ca. 1,5 kg met één vouw, waarvan het vaak T-vormig blad niet in de as van de steel ligt. Ijzer en steel zijn door een dille of door een oog verbonden; dat laatste is steeds omgeplooid (zie glossarium). De 30-40 cm lange steel wordt met één hand gevat.

In Frankrijk komt een veel zwaarder (tot 5 kg) en breder (tot 40 cm) rechthoekig blad voor waarvan vele verschillende vormen bestaan (2). De steel is ca. 40 cm lang en wordt dicht bij het ijzer gevat, zijn uiteinde rust op de dij van de kuiper. [MOT]

(1) Ook baars (het W.N.T. geeft als tweede betekenis holmes maar in alle aangehaalde voorbeelden (behalve één waar het woord alleen staat) is er spraak van een bijl; voor SEWEL: 2. 54 en BUYS: 2. 10 zijn baars en kuipersbreekbeitel (?) gelijkbetekenend.

(2) Bv. PAULIN-DESORMEAUX: 58; JAUBERT: 4. 286; RENARD 1921: 141.