Mestvork (v.)

identificatiecode

MOT V 2008.0156

morfologie

beroep

beroep

beroep

holotype

MOT V 89.0147 L=111cm B=19cm G=1460gr

holotype

MOT V 2008.0156 L=165cm B=22cm H=13cm G=1700gr

alias

mestriek (syn.)

alias

compostvork (syn.) (LOGAN: 49)

alias

mestgreep (syn.) (V.A.W.P.: s.v. greep)

omschrijving

In de stal wordt de mest met behulp van een mestvork in hoopjes getrokken (1). Ze wordt ook gebruik voor het opladen en spreiden van deze stalmest. De tuinier gebruikt ze om de composthoop uit te spreiden.

De mestvork telt 4 à 6, vierkante of ronde, puntige, licht gebogen, ijzeren tanden (ca. 30-35 cm) en een rechte houten of ijzeren steel (ca. 80-150 cm), al dan niet eindigend op een T- of D-greep. De verbinding tussen werkend deel en steel is door middel van een dille, een angel of twee veren (2).

Te onderscheiden van de aardappelrooivork die kortere (ca. 20-30 cm), brede, platte of in doorsnede driehoekige tanden heeft. De tanden van de mestvork zijn iets meer gekromd dan deze van de aardappelrooivork.

Zie ook mesthaak. [MOT]

(1) Volgens V.A.W.P.: 3.69 wordt ook het ligstro ermee opgeschud.

(2) Bv. LOGAN: 50.