Mesthaak (m.)

identificatiecode

MOT V 83.0420

morfologie

vorkvormig

beroep

beroep

holotype

MOT V 83.0420 L=141cm B=16,5cm G=1460gr

alias

krauwel (syn.) (V.A.W.P.: 2.591)

alias

mestklauw (syn.) (V.A.W.P.: 2.591)

alias

tashaak (syn.) (V.D.)

alias

paarden-haak (syn.) (VAN AELBROECK uit DAVID 1975: 54)

alias

walhaak (syn.) (V.D.)

alias

heinhaak (syn.) (V.D.)

omschrijving

(1)

Haak met meestal 3 à 4 (2) ronde, puntige, ijzeren tanden (ca. 10-25 cm), en dille, die ongeveer haaks gebogen staan ten opzichte van een lange (ca. 120-200 cm) houten steel.

De mesthaak dient om aangestampte stalmest los te trekken, de stalmest van een geladen wagen op het veld te trekken en daarna gelijkmatig te verspreiden (3) (zie ook mestvork). De mesthaak kan tevens gebruikt worden voor het oppervlakkig losmaken van de grond (vgl. klauw met lange steel) en het uittrekken van kweekwortels over kleine oppervlakten; ook om sloten van waterplanten te ontdoen (4).

Zie ook paardenmesthaak en sloothaak. [MOT]

(1) V.A.W.P.: 2.591 noemt dit werktuig ook een krauwel.

(2) Er zouden ook mesthaken met twee tanden bestaan (GOOSSENAERTS: s.v. mesthaak; JEWELL: 73).

(3) Volgens VAN HULLE uit DAVID 1975: 240 is het makkelijker om mest open te trekken of een stal uit te mesten met de mesthaak dan met de mestvork.

(4) LOGAN: 50; DAVID 1975: 240. Ook wel walhaak of heinhaak genoemd.