Mijnwerkersbijl (v.)

identificatiecode

MOT V 20040139

morfologie

bijlvormig

beroep

holotype

MOT V 88.0624 L=46cm B=20cm B(blad)max.=7cm G=1000gr

holotype

MOT V 2004.0139 L=38cm B=3cm B(blad)max.=8cm G=1312gr

holotype

MOT V Dv x 0062 L=45cm B=23cm B(blad)max.=6,5cm G=950gr. Opschrift: J.B.5. LERABOT afb schaaf.

holotype

MOT V Dv x 0063 L=45cm B=20cm B(blad)max.=9cm G=1300gr

omschrijving

(1)

Met zijn bijl bewerkt de mijnwerker al het mijnhout. Het is een werktuig van ca. 1-1,2 kg met meestal gebogen steel (ca. 40 cm), waarvan de snede (ca. 6 cm; het geklonken ijzer is breder: ca. 9 cm) (2) schuin tegenover de steel ligt. Het ijzer is van één of twee stukken gemaakt. In het eerste geval is het asymmetrisch bovenaan (zie glossarium) en eindigt het soms tegenover het blad in een vierkantige hamer. In het ander geval is een rechthoekig blad aan een

U-vormig stuk geklonken. Dat laatste dient als oog. [MOT]

(1) Het Franse dialectwoord (h)apiète, gebruikt door FELLER & TOURET: 79 en RUELLE: 8, duidt niet alleen de mijnwerkersbijl aan. Zie bv. BAL 1949: 112.

(2) Brede bijlen (bv. HATON DE LA GOUPILLIERE: 1.646, die van 17 cm spreekt) zijn uitzonderlijk. Op te merken valt dat de bijlen voor mijnwerkers, afgebeeld in oude handboeken, soms gewone bijlen zijn.