Omslagboor (v.)

identificatiecode

MOT V 2007.0290

morfologie

beroep

beroep

beroep

beroep

beroep

beroep

beroep

beroep

beroep

holotype

MOT V 83.0579 L=27cm B=13cm G=400gr

holotype

MOT V 88.0439 (hoekbooromslag) L=58cm B=29cm G=1730gr. Opschrift: STANLEY 02 -716 Made by Stanley England.

holotype

MOT V 91.0109 L=39cm B=8cm G=1000gr

holotype

MOT V 91.0572 a-b2 L=48cm B=14cm G=450gr. Opschrift: 1/2.

holotype

MOT V 2001.0067 a-c3 L=16cm B= 9cm H=33cm G=1400gr

holotype

MOT V 2007.0290 L=25cm B=17cm G=176gr. Opschrift: AMATEUR D.R. PATENT.

alias

spijkerboor (syn.) (DESMET: 278; GROTHE: 207; SEWEL: 2. 745)

alias

kuikenboor (syn.)

alias

zwengelboor (syn.) (V.D.)

alias

keer (syn.)

alias

wemel (syn.)
beschrijving

De omslagboor bestaat uit een metalen of houten booromslag en een boorijzer (zie glossarium). Ze wordt bij het bewerken van hout vaak aangewend om betrekkelijk kleine en ondiepe gaten te boren (1).

Voor bijzondere doeleinden worden uitzonderlijk lange booromslagen gebruikt. Het boorijzer wordt op verschillende wijzen in de houder bevestigd. In houten booromslagen werden vaak boorijzers met kuiken gebruikt, d.i. een houten blokje waarin het boorijzer vast steekt (2); een kuiken past doorgaans maar in één bepaalde omslag.

De metalen omslagboren hebben al dan niet een palrad zodat het boorijzer eventueel slechts in een richting meedraait.

Het uiteinde waarop druk uitgeoefend wordt, is doorgaans een los stuk hout, druif genoemd; het kan ook in een punt eindigen dat past in een gat van een borstplaat die door middel van een riem op de borst van de gebruiker bevestigd is. In plaats van de houten druif zijn er ook ijzeren licht holrond platen en paddenstoelvormige; ze worden hoofdzakelijk door de smid gebruikt (3).

Een bijzonder model voor kleine gaten is voorzien van een houten handvat ter vervanging van druif of punt. Aan de booromslag is een (koperen) zwengel bevestigd. Zo kan men de afstand van handvat tot boorijzer kleiner maken en is het werktuig makkelijker te hanteren.

Om makkelijk in hoeken te kunnen werken, wordt een hoekomslagboor gebruikt.

Om een gat te boren in een schedel gebruikt de chirurg een metalen omslagboor met boorijzers of met een gatezaag. Op sommige modellen voorkomt een geleider het te diep zagen.

Met een booromslag kan men ook een schroevendraaier of een dopsleutel doen draaien.

Zie ook borstboor. [MOT]

(1) Vroeger ook om in eik het gaatje te boren waarin een spijker gedreven wordt. Daarom sprak men ook van een spijkerboor, maar SEWEL: 2. 745. vertaalt spijkerboor door gimlet (fretboor). Vgl. GROTHE: 207. Welk is het verschil tussen de 'gewone spijkerboor' en de 'grote spijkerboor' aangehaald door DESMET: 278?

(2) Vandaar ook de benaming "kuikenboor" die wel eens voorkwam.

(3) In Canada gebruikte men wel eens een booromslag met steun voor de knie, om bij het tappen van de esdoorn een gat te boren in de stam. (SEGUIN: 841).