Poothout (o.)

identificatiecode

MOT V 98.0045

morfologie

morfologie

beroep

beroep

beroep

beroep

beroep

holotype

MOT V 81.0090 (poothout (driedubbel)) L=90cm L(tanden)=27cm B=44cm G=2000gr

holotype

MOT V 85.0207 (poothout (vierdubbel)) L=135 H=90cm G=

holotype

MOT V 91.0054 L=31cm B=12cm G=140gr

holotype

MOT V 92.0325 L=53cm D=3,5cm G=300gr

holotype

MOT V 98.0045 (poothout (dubbel)) L=90cm B=22,5cm B(kruk)=45cm H=6cm G=3500gr

holotype

MOT V 2002.0173 (poothout (dubbel)) L=90cm H=56cm G=4750gr

holotype

MOT V 2004.0070 L=21,5cm B=6,5cm G=126gr

holotype

MOT V 2004.0071 L=30,5cm B=3,5cm G=260gr

holotype

plantplankje uit: BURVENICH: 411.

alias

planthout (syn.) (V.D.)

alias

pootstok (syn.) (V.A.W.P.: 3.270)

alias

stipper (syn.) (V.D.)

alias

plantstok (syn.) (DAVID 1973: 54; BURVENICH 1898: 72)

alias

plantijzer (syn.) (DAVID 1973: 54)

alias

pootijzer (syn.)

alias

plantboor (syn.) (V.A.W.P.: 3.244)

alias

preiplanter (syn.) (VAN LEUVEN: 81)

alias

koolzaadpootijzer (syn.)

alias

erwt-raek (syn.) (DEBY&RODIGAS uit DAVID 1975a: 166)

alias

slippensteker (syn.) (VAN LEUVEN: 84)

alias

stik (syn.) (VAN LEUVEN: 84)

alias

gewentenstik (syn.) (VAN LEUVEN: 86)

alias

sloorsteker (syn.) (LINDEMANS: 2.273-274)

alias

boonplanter (syn.) (LINDEMANS: 2.112-113)

alias

puttenstamper (syn.) (ELOY: 506)

alias

planter (syn.) (DEBY&RODIGAS uit DAVID 1975a: 172)
beschrijving

Pootstang (v.)

Handwerktuig bestaande uit een houten of ijzeren steel (ca. 25-70 cm) eindigend in één (1) of meerdere kegel- of wigvormige punt(en) (diam. ca. 4 cm) (2). De punt kan zowel van hout, met ijzer bekleed of volledig uit ijzer zijn. Het L-vormig, D-vormig, T-vormig of knopvormig handvat (3) kan uit hout, plastic of ijzer zijn. (4) Sommige (kleine) modellen zijn volledig uit aluminium vervaardigd en kunnen gecombineerd zijn met een plantschopje (5). De grotere poothouten zijn soms voorzien van een voetsteun (6). Een bijzonder model, waarvoor we de benaming plantplankje voorstellen, bestaat uit een houten plank waar, langs de ene zijde, een reeks houten pennen op gelijke afstand in bevestigd is, en die aan de andere zijde, voorzien is van een rechte houten steel (7).

Het poothout wordt gebruikt om plant- of pootgaten met gelijke diepte in de moestuin (of op de akker) te maken. In tegenstelling tot de pootboor wordt met het poothout geen grond verwijderd, maar een gat ingedrukt. Bij het dubbele - of meer - poothout is het mogelijk om meerdere gaten op een gelijke afstand van elkaar te maken. Men plaatst dan, langsheen het richtsnoer, de laatste tand van het poothout in het laatst gemaakte gat.

Grote dubbele poothouten zouden enkel dienen voor het uitplanten van koolzaadplantjes. In de druiventeelt gebruikt men een poothout (8) om gaten te maken waar het entloot wordt in geplant. Het is een poothout met houten steel, al dan niet met kruk, en een met ijzer beslagen punt. Er kan, boven het ijzeren gedeelte, een voetsteun voorzien zijn. Een ander model bestaat uit een zware ijzeren punt, en aan het andere uiteinde twee armen met, dwars hierop, twee houten handvatten (9). In Spanje en in Zuid-Frankrijk gebruikt men daarvoor een zware ijzeren, ronde stang (diam. ca. 5 cm; lengte ca. 100 cm) met aan het ene uiteinde een scherpe punt en aan het andere uiteinde een ring. Door deze ring plaatst men een ijzeren staaf zodat de stang makkelijker in en uit de grond kan geduwd of getrokken worden (10). In dat geval spreekt men van een pootstang. Om wilgen te poten gebruikt de griendwerker een gelijkaardige stang dat smaller (diam. ca. 2 cm) en langer (ca. 150 cm) is.

Te onderscheiden van het splitshout en de "laya" dat in het noorden van Spanje wordt gebruikt om de akker te bewerken (11).

Zie ook planttang en grondboor. [MOT]

(1) Ook wel pootstok of stipper genoemd.

(2) Het enkele wigvormig poothout wordt ook kegspade genoemd (V.A.W.P.: 2.499).

(3) In Zuid-Afrika, Australië en Zuid-Amerika vond men een poothout dat door middel van een stenen schijf verzwaard werd. Soms stak de punt in een hoorn (zie bv. LEROI-GOURHAN: 211).

(4) Soms doet een afgebroken spadesteel - met kruk of D-greep - dienst als poothout.

(5) LOGAN: 121.

(6) Larousse agricole: 2.367 toont een speciaal model dat gebruikt wordt om struiken en bomen te planten.

(7) Dit model wordt gebruikt om o.a. radijzen uit te planten (BURVENICH 1896: 428). YSABEAU uit DAVID 1975a: 148 laat een gelijkaardig model zien dat in Engeland wordt gebruikt om boterbloemen of anemonen te zaaien of bloembollen te planten. L'horticulteur belge (1834/2) uit DAVID 1975a: 80 vermeldt een model met handgreep, steunend op twee stelen van 60 cm om, in Zwitserland, groenten uit te planten. Een gelijkaardig model vind je terug bij DEBY & RODIGAS uit DAVID 1975a: 166 om, in België, erwten te planten. JEWELL: 82 laat een model zien waarbij het zaad in één handeling uitgedeeld wordt.

(8) Bv. LAGRANGE: 129-130.

(9) Bv. Larousse agricole: s.v. haque.

(10) L'horticulteur belge (1834/2) uit DAVID 1975a: 80.