Splitshout, -ijzer (o.)

identificatiecode
ID 458
morfologie
morfologie
beroep
beroep
holotype
MOT V 91.0426 L=25cm D1=3,7cm D2=0,7cm G=50gr
holotype
MOT V 91.0428 L=14cm B=2,5cm G=250gr
holotype
MOT V 2001.0364 L=30cm B=3,5cm G=383gr
holotype
MOT V 2001.0382 L=17cm B=2cm G=35gr
holotype
MOT V 2011.0350 a-f6 (splitsijzer (hol)) L=24cm D=2,5cm G=119gr. Opschrift: THE ONLY TOOL FOR ALL KINDS OF ROPE SELMA AIS 8230 SULITJELMA NORWAY PAT WORLD WIDE SULITJELMA NORWAY.
alias
splitsdoorn (syn.) (KNEPPERS)
alias
prikker (syn.) (DE BOER & SCHAAP: 74)
alias
marlpriem (syn.) (DE BOER & SCHAAP: 74)
alias
marlspijker (syn.) (DE BOER & SCHAAP: 74)
alias
fit (syn.) (DE BOER & SCHAAP: 74; VAN LENNEP: 225)
alias
taats (syn.) (DE BOER & SCHAAP: 74; VAN LENNEP: 225)
alias
teers (syn.) (DE BOER & SCHAAP: 74; VAN LENNEP: 225)
beschrijving

Om de strengen van een touw uiteen te halen, gebruikt de schieman (1) een splitshout of een splitsijzer (2). Het splitshout is kegelvormig en gemaakt van hard hout, vaak Buxus. Het is zo'n 25-50 cm lang en zo'n 3-5 cm dik; de grote exemplaren, waarop vaak met een hamer geklopt wordt, dragen wel eens een beslagring.

Ook het splitsijzer is doorgaans kegelvormig, al dan niet met een verdikking of een haak aan het uiteinde; niet zelden is er een gaatje door het dik uiteinde geboord om het werktuig aan een koordje te kunnen hangen. Het meet zo'n 15 cm. Er bestaan ook gootvormige splitsijzers waarin een streng kan glijden.

Voor staalkabel wordt een plat splitsijzer gebruikt, dat soms voorzien is van een haak (3).

Op een zeemansknipmes vindt men altijd een dun, vaak licht gebogen splitsijzer.

Zie ook zeilpriem.

Te onderscheiden van het poothout en het wetstaal. [MOT]


(1) "De timmerman doet het ook wel met zijn passer" (DEGROOT: 18).

(2) Vgl. mandenmakerspriem.

(3) DE BOER & SCHAAP: 73.