Splitshout, -ijzer (o.)

identificatiecode

MOT V 2011.0350 a-f6

morfologie

morfologie

beroep

beroep

holotype

MOT V 91.0426 L=25cm D1=3,7cm D2=0,7cm G=50gr

holotype

MOT V 91.0428 L=14cm B=2,5cm G=250gr

holotype

MOT V 2001.0364 L=30cm B=3,5cm G=383gr

holotype

MOT V 2001.0382 L=17cm B=2cm G=35gr

holotype

MOT V 2011.0350 a-f6 (splitsijzer (hol)) L=24cm D=2,5cm G=119gr. Opschrift: THE ONLY TOOL FOR ALL KINDS OF ROPE SELMA AIS 8230 SULITJELMA NORWAY PAT WORLD WIDE SULITJELMA NORWAY.

alias

splitsdoorn (syn.) (KNEPPERS)

alias

prikker (syn.) (DE BOER & SCHAAP: 74)

alias

marlpriem (syn.) (DE BOER & SCHAAP: 74)

alias

marlspijker (syn.) (DE BOER & SCHAAP: 74)

alias

fit (syn.) (DE BOER & SCHAAP: 74; VAN LENNEP: 225)

alias

taats (syn.) (DE BOER & SCHAAP: 74; VAN LENNEP: 225)

alias

teers (syn.) (DE BOER & SCHAAP: 74; VAN LENNEP: 225)
beschrijving

Om de strengen van een touw uiteen te halen, gebruikt de schieman een splitshout of een splitsijzer (1). Het splitshout is kegelvormig en gemaakt van hard hout, vaak Buxus. Het is zo'n 25-50 cm lang en zo'n 3-5 cm dik; de grote exemplaren, waarop vaak met een hamer geklopt wordt, dragen wel eens een beslagring.

Ook het splitsijzer is doorgaans kegelvormig, al dan niet met een verdikking of een haak aan het uiteinde; niet zelden is er een gaatje door het dik uiteinde geboord om het werktuig aan een koordje te kunnen hangen. Het meet zo'n 15 cm. Er bestaan ook gootvormige splitsijzers waarin een streng kan glijden.

Voor staalkabel wordt een plat splitsijzer gebruikt, dat soms voorzien is van een haak (2).

Op een zeemansknipmes vindt men altijd een dun, vaak licht gebogen splitsijzer.

Zie ook zeilpriem.

Te onderscheiden van het poothout en het wetstaal. [MOT]

(1) Vgl. mandenmakerspriem.

(2) DE BOER & SCHAAP: 73.