Trekzaag (v.)

identificatiecode

MOT V 81.0304

morfologie

zaagvormig

beroep

beroep

beroep

beroep

beroep

beroep

beroep

holotype

MOT V 81.0304 L=160cm B=40cm B(blad)= 12cm G=3100gr

alias

kortzaag (syn.) (VAN DER KLOES: 188)

alias

kerfzaag (syn.) (VAN KEIRSBILCK 1898: 455)

alias

stamzaag (syn.) (SCHILTHUIS: 13-14)

alias

boszaag (syn.) (SCHILTHUIS: 13-14)

alias

buikzaag (syn.) (KARMARSCH: 1. 717)

alias

kortijzer (syn.) (V.A.W.P.:1. 443, 2. 585)

alias

boomzaag (syn.) (V.A.W.P.:1. 443, 2. 585)

alias

afkortzaag (syn.) (VANNOPPEN 1972: 353)

omschrijving

Grote zaag met stijf blad (zie glossarium) door twee man (1) gehanteerd om stammen en balken dwars door te zagen en om bomen te vellen. Ze snijdt in beide richtingen.

Deze zaag bestaat uit een lang getand blad (1,30-2 m) (2) vaak breder in het midden (12-17 cm), en aan de uiteinden, in hetzelfde vlak, twee rechte handvatten (3) van ca. 50 cm. Deze zijn door een dille, een angel of een schroef op het blad bevestigd. Er bestaan nu trekzagen met verstelbare handvatten, die verticaal of horizontaal geplaatst kunnen worden.

De te zagen stam wordt op een dwarsstuk gerold en de zagers trekken (ze duwen nooit) de zaag om de beurt. [MOT]

(1) In zacht hout konden sommige vaklui de trekzaag alleen hanteren.

(2) BOERHAVE BEEKMAN 1949 /5 : 408, afb. 11.09 toont een boom met een omtrek van 13,19 m die omgezaagd is met twee trekzagen die in elkaars verlengde zijn samengelast.

(3) De trekzaag met gesloten handvatten (bv. BISTON-BOUTEREAU-HANUS: 247) schijnt zeldzaam te zijn.