Zodenlichter (m.)

identificatiecode
ID 957
morfologie
beroep
beroep
beroep
beroep
beroep
beroep
holotype
MOT V 90.0146 L=180cm B=23cm G=3520gr
holotype
MOT V 91.0698 L=142cm B=23,5cm G=3100gr
alias
bonkschop (syn.) (CROMPVOETS: 195)
beschrijving

Handwerktuig vervaardigd uit een metalen blad (ca. 25 x 25 cm) van verschillende vorm - driehoekig, zeshoekig, druppelvormig, halvemaanvormig, hartvormig - dat overgaat in een gebogen plat ijzeren verlengstuk (ca. 30 cm), al dan niet voorzien van een ring, en dille waarin een rechte of licht gebogen houten knop- of T-steel (ca. 100-150 cm) steekt. Het blad ligt dus evenwijdig met de grond terwijl de steel een hoek van ca. 135° met het werkend deel vormt.

Soms is het model veel zwaarder. De steel is dan veel langer en eindigt in een 50-60 cm brede T-kruk, die op de dij (bovenbeen) van de werkman rust (1).

De zodenlichter dient om de zoden (ca. 30 x 15 cm en 10-12 cm dikte), die met een zodensteker of zodenbijl verticaal zijn doorgestoken of met een zodensnijder zijn doorgesneden, van de bodem los te steken en op te lichten door het werktuig voor zich uit te duwen. Vaak trekt een tweede arbeider door middel van een touw. (2)

De zoden worden onder meer door de dijkwerker en het leger gebruikt om respectievelijk dijken en wallen te bouwen.

Nu gebruikt de tuinier de zodenlichter om geweekte grasmatten (ca. 40 x 25 cm) te lichten. Deze worden vooraf met de graskantsteker op de juiste afmetingen gestoken.

Zie ook vleugelspade. [MOT]

(1) Bv. GAILEY & FENTON: 89. Volgens FUSSELL: 109 heeft het blad aan één zijde een opstaande rand.

(2) Het leger gebruikt ook een scherpe zandschop getrokken door twee man i.p.v. een zodenlichter (''Guide pour l'exécution des travaux de campagne par des troupes de toutes armes'', Paris-Nancy, 1917: 150.)