Raamzaag (v.)

identificatiecode

MOT V 83.0739

morfologie

zaagvormig

beroep

beroep

beroep

holotype

MOT V 83.0739 L=118,5cm B=66,5cm D=22cm G=8000gr

alias

trekzaag met raam (syn.) (VAN DER HOEVEN: 89)

alias

schurpzaag (syn.) (VAN KEIRSBILCK 1898: 67, 386)

alias

schropzaag (syn.) (VAN KEIRSBILCK 1898: 67, 386)

alias

schrobzaag (syn.) (VAN KEIRSBILCK 1898: 67, 386)

alias

scherpzaag (syn.) (VAN KEIRSBILCK 1898: 67, 386)

alias

schorpzaag (syn.) (VAN KEIRSBILCK 1898: 67, 386)

alias

spanzaag (syn.) (VAN KEIRSBILCK 1898: 67, 386)

alias

stellingzaag (syn.) (VAN KEIRSBILCK 1898: 339)

alias

schulpzaag (syn.) (ROUBO: 3.800)

omschrijving

De raamzaag dient om in de lengte te zagen, d.i. in de richting van de vezels (zie onder kraanzaag en schulpzaag).

Ze bestaat uit een tot twee meter lang houten (1) raam waar in het midden, loodrecht op zijn vlak, een breed zaagblad met evenwijdige zijden gespannen is door middel van wiggen of van schroeven. De grote raamzaag, waarmee bomen in planken gezaagd worden, heeft aan haar bovenzijde en meestal ook aan haar onderzijde, een handvat. Dat kan een rechte stok zijn (2) maar in België schijnt alleen het U-vormig handvat voor te komen. Wanneer er twee zijn, ligt het bovenste in het vlak van het raam en staat het onderste er haaks op. Dat werktuig wordt door twee, drie, soms vier (3) man gehanteerd zoals een kraanzaag. De kleine raamzaag (4) dient om kleinere stukken door te zagen. Ze

heeft geen handvat en wordt door één man verticaal gehanteerd. Het gebeurt evenwel dat twee man samen werken; ze houden dan de zaag horizonzaal. [MOT]

(1) Uitzonderlijk van metaal (GLÄSER 1937: 323).

(2) Bv. MAISSEN: afb. 61.

(3) Bv. MAISSEN: afb. 81.

(4) Soms schulpzaag genoemd in het Nederlands en scie à presse in het Frans (ROUBO: 3.800). VAN KEIRSBILCK 1898: 386, noemt de kleine raamzaag een schrobzaag (F scie à refendre - E frame saw, veneer saw), of spanzaag, schropzaag, schurpzaag, scherpzaag.