Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken


Zoekresultaten 2,951 - 2,960 15,387 resultaten gevonden
Omboekhamer (m.)
Volledig metalen schoenmakerswerktuig (min. 13 cm lang) met een gezwollen, cilindrisch middenstuk; één uiteinde is cirkelvormig, het andere wigvormig. Het middenstuk fungeert als handvat. De omboekhamer wordt gebruikt om naden te effenen, door met het éne uiteinde te tikken en met het andere te wrijven, en om plooien glad te slaan bij het leesten. Zie ook robber. [MOT]
Profielschraper (o.)
De profielschraper (1) is een handwerktuig om lijsten in hol- en bolronde voorwerpen te schaven, evenals groeven voor inlegwerk. Er bestaan twee subtypen (2). Op het eerste is de schaafbeitel vast. Hij steekt in een vierkantig ca. 20 cm lang latje waarop een geleider glijdt. De snede is in de as van de lat gericht. Het werktuig wordt zoals een kruishout gehanteerd (zie ook trekschaaf). Op het tweede is in de lat met vaste aanslag, in de lengte, een gleuf gezaagd. Hierin glijdt de schaafbeitel. Deze wordt door middel van twee schroeven vastgezet. De twee uiteinden van de lat dienen als handvat. De schaafbeitels van de profielschraper worden meestal door de schrijnwerker zelf uit een afgedankt zaagblad vervaardigd. [MOT] (1) DAWYNDT 1972: 109. Er wordt ook van aderenritshout (KARMARSCH: 1.837), biezentrekker (STEEL: 2. 121) gesproken. Deze benamingen verwijzen echter naar één bestemming, namelijk het snijden van groeven. Ze zijn dus te vermijden om een werktuig aan te duiden waarmee lijsten...
Punaisewipper (m.)
De kantoorbediende gebruikt een relatief klein (ca. 4-14 cm) licht roestvrijstalen handwerktuig om duimspijkers te lichten. Het uiteinde van het werkend deel wordt onder de kop van de spijker geduwd die gelicht kan worden zonder de punt te buigen of de kop af te breken, zoals dat vaak gebeurt met een mes. Bij sommige modellen is het handvat een briefopener (1). Bij een (grafiet) potloodvijl is soms het uiteinde omgebogen dat dan dienst kan doen als spijkerlichter (2). Zie ook spijkerlichter. [MOT] (1) Dat is nuttig voor het verwijderen van tekeningen die zijn vastgelijmd aan het paneel, enz. (KEUFFEL & ESSER: 265). (2) Bv. KEUFFEL & ESSER: 295.
Puntslag (m.)
De puntslag is een korte (5-12 cm), metalen cilinder met een scherp en puntig uiteinde. Hij wordt gebruikt om het midden van een in metaal te boren gat en de rand van uit te snijden plaatijzer aan te duiden en om een gat te doppen, d.i. voor het boren een klein gat in het metaal drijven opdat het boorijzer zou bijten zonder weg te glijden. De schacht is in vele gevallen gekarteld zodat hij goed in de hand kan gehouden worden. De puntslag wordt gebruikt in combinatie met een hamer. Het werktuig is te onderscheiden van de drevel. [MOT]
Prikradertje (zadelmaker) (o.)
Het prikradertje (ca. 23-27 cm) van de zadelmaker heeft een getand, verwisselbaar metalen wieltje dat in een U-vormig beugeltje zit; de lichtjes gebogen schacht is bevestigd in een houten hecht. De tanden zijn wigvormig en in een schuine hoek (45°) ten opzichte van de omtrek van het wiel geplaatst. Het wordt gebruikt om voor het naaien het leder te markeren (zie ook els) en deels te penetreren. Zo geraakt de naald er makkelijker door en is een gelijke afstand tussen de steken verzekerd. Men rolt met het prikradertje over het leer met een liniaal als geleider (1). Voor hetzelfde doeleinde kan ook een beitel met breed uitlopend, gelijkaardig getand blad gebruikt worden. Zie ook prikradertje (schoenmaker) en prikradertje (voor sjablonen). [MOT](1) FRUMAU: 56.
Praam (v.)
De praam bestaat uit een houten stok - nu wel eens van plastic - van ca. 50 cm met aan het ene uiteinde een gat waardoor een lus van touw (uitzonderlijk een ketting) steekt. Het werktuig wordt als dwangmiddel gebruikt om de aandacht van een paard bij verontrustende (bv. oogverzorging) of pijnlijke ingrepen af te leiden én om een kalmerende en verdovende werking teweeg te brengen (vgl. tangpraam). Met de linkerhand brengt men de lus over de bovenlip van het dier, met de rechter, draait men de lus aan. Hetzelfde werktuig wordt op runderen gebruikt, maar dan op een oor (1). [MOT] (1) BERTHELON: 13.
Prikradertje (voor sjablonen) (o.)
De kleermaker gebruikt een prikradertje (ca. 20 cm) om de lijnen van het patroon op de stof over te brengen, de schilder om de lijnen van een sjabloon over te brengen. Het werktuig heeft een getand wieltje (ca. 2 cm doorsnede) dat in een U-vormig beugeltje aan het uiteinde van een metalen schacht zit; de schacht steekt met een angel in een houten hecht, soms kunnen wieltjes met verschillende tanden in het beugeltje bevestigd worden. Uitzonderlijk is het prikradertje voor stof vouwbaar: wieltje en schacht verdwijnen dan in een metalen hecht. Te onderscheiden van het prikradertje (schoenmaker) omdat de tanden minder scherp zijn en dichter bij elkaar staan. Zie ook prikradertje (zadelmaker). [MOT]
Puimsteen (werktuig) (o.)
Puimsteen is grijs, glasachtig vulkanisch gesteente met veel luchtbellen en dat zeer poreus is. Natuurlijke puimsteen is zeer ongelijk van structuur en bevat dikwijls scherpe stukjes kwarts die bij het schuren krassen kunnen veroorzaken. Daarom gebruikt men vaak kunstmatige puimsteen, vervaardigd uit gemalen en gezifte puimsteen met een bindmiddel. Veelal wordt het aangewend om schilderwerk af te schuren, maar ook in de lichaamsverzorging wordt de puimsteen gebruikt. Zie ook schuurpapier. [MOT]
Priem (mandenmaker) (m.)
De mandenmaker gebruikt een metalen priem met stompe (1) punt of een houten of benen (2) werktuig om een ruimte tussen tenen te vergroten waar een andere teen tussen geduwd wordt (vgl. splitshout, -ijzer). [MOT] (1) Zie in HANSEN 1945: pl. 13 een priem die op het voegijzer van de metselaar gelijkt. (2) Het been loopt puntig uit en het gewrichtsuiteinde (epifyse) dient als hecht; het kan ook in een houten hecht steken (WEYNS 1950: 118). [MOT]
Proeversmes (o.)
Een proeversmes is een licht (ca. 50 gr) lang (ca. 25 cm) en smal (ca. 1 cm) zakmes dat gebruikt wordt om worst en andere fijne vleeswaren te proeven op beurzen e.d. (1). Vaak is het lemmet voor een deel getand om de worst makkelijk door te kunnen snijden. [MOT] (1) Volgens SARGENT: 18 zou het mes dienen om meloen of citrusvruchten te testen.