Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken


Zoekresultaten 2,991 - 3,000 15,236 resultaten gevonden
Veegmes (klompenmaker) (o.)
Handwerktuig dat een zekere gelijkenis vertoont met een gelijknamig werktuig van de hoefsmid (zie veegmes (hoefsmid)). Het wordt door sommige klompenmakers gebruikt in plaats van het hielmes om de binnenzool van de klompen glad te maken. Het U-vormig ijzer (3-6/2 cm) snijdt aan één kant en is hetzij in het midden van het blad, hetzij op een zijde op een L-vormig staafje met dille of angel gesmeed. In de dille of op de angel steekt een kort recht of L-vormig hecht. Het recht hecht wordt in de hand gehouden. Het uiteinde van het L-vormige rust op de heup van de klompenmaker, die het werktuig duwt. De linkerhand drukt het werktuig op de zool. [MOT]
Veerpasser (m.)
De kuiper gebruikt een veerpasser om de straal van de kroos, de groef waarin de bodem past, op te meten door het beginpunt na zes passen gelijk te laten vallen aan het eindpunt. Nu kan men die straal met de veerpasser op de bodem van het vat overbrengen en de omtrek aftekenen (vgl. afschrijfpunt). Daarna kan de bodem uitgezaagd worden met de draaizaag. De veerpasser is een (essen)houten U-vormige passer, uit één stuk gebogen of bovenaan verbonden door een spil, met aan beide uiteinden een ijzeren punt. De benen zijn met elkaar verbonden door een houten stelschroef met tegengestelde schroefdraad, zodat bij het draaien ervan de passer zich sluit of opent. Voor hetzelfde doel gebruikt de kuiper ook een steekpasser. [MOT]
Veiligheidsscheermes (o.)
Metalen mesje (ca. 4 cm bij 1 cm) dat aan één of twee zijden snijdt en dat in een kapje geplaatst wordt dat haaks bevestigd is aan een rechte steel (ca. 7-10 cm). Het geheel kan van metaal of van plastic zijn. Vroeger werden de mesjes gewet op een speciaal daarvoor bestemd wetleer; vandaag zijn het wegwerpmesjes.  In vergelijking met het andere scheermes kan men zich met het veiligheidsscheermes makkelijker scheren zonder zich te snijden. [MOT]
Veerspade (v.)
Tuinspade voorzien van een sterke veer die het blad omhoog doet springen. Men steekt het blad van de spade in de om te spitten grond, door één druk op de steel springt de aardkluit omhoog. Het spitten met een veerspade is minder belastend voor de rug. Het blad van de veerspade zou ook vervangen kunnen worden door tanden zoals op een spitgreep (1). Er bestaan ook modellen waarbij aparte onderdelen op een tuin- of steekspade gemonteerd kunnen worden. [MOT] (1) COENEN: 27.
Velwig (v.)
De velwig is een ca. 30 cm lange vaak houten wig die bij het vellen van dikke bomen in de zaagsnede gedreven wordt om het klemmen van de zaag te voorkomen en de boom in de goede richting te doen vallen. Er worden er meestal twee of drie samen gebruikt. Ook bij het in stukken zagen van de gevelde boom kunnen deze wiggen voorkomen dat de zaag vastloopt. In plaats van de velwig wordt soms een kloofwig aangewend. Soms bestaat de velwig uit een houten (haagbeuk of es) of plastic wig met schacht. Het wigvormig deel wordt beschermt door een aluminium wigschoen voorzien van groeven. Het andere uiteinde bevat een aluminium ring. Beide om schade van (ketting)zaag en hamer te voorkomen. [MOT]
Veegmes (steenbakker) (o.)
Monoxiel (meestal beuk of wilg) mesvormig handwerktuig, ook wel stuk bandijzer, om de steenvorm na elke gemaakte steen te ontdoen van de resten van klei en zand. [EMABB]
Voorsnijmes (o.)
Met een voorsnijmes worden grote stukken vlees voorgesneden. Het heeft een enigszins buigzaam lemmet (ca. 25-30 cm lang) met een scherpe, soms omhoog gebogen punt waarmee het vlees van de botten kan worden losgesneden. Vroeger waren voorsnijmessen vrij breed zodat men het vlees er ook mee kon serveren. De meeste voorsnijmessen hebben een 3/4 of volle tong. Het hecht kan van allerlei materialen zijn gemaakt: plastic, hout, hertshoorn, roestvrij staal, zilver of ivoor. De meer stugge messen dienen om runder-, varkens- of lamsvlees voor te snijden; licht buigzame messen worden gebruikt voor gevogelte. Het wordt vaak in combinatie met een voorsnijvork gebruikt. Zie ook hammes. [MOT]
Voorloper (m.)
De voorloper is een schaaf met vierkantig, 50-60 cm lang blok, met handvat, zonder keerbeitel. Het is de eerste schaaf die gebruikt wordt bij het gladmaken van een stuk hout. Daar ze voor grof werk bestemd is, is de snede van haar beitel enigszins afgerond. Daarna wordt het hout bewerkt met een reeschaaf. [MOT]
Voorboor (v.)
De voorboor is een avegaar waarvan het plat boorijzer op het einde breder wordt en in een schroefvormige punt eindigt. Het werktuig is niet te verwarren met de verzinkboor (zie glossarium), die veel kleiner is en nooit op een kruk bevestigd is. De voorboor dient om gaten aan te boren die met de lepelboor gemaakt zullen worden. Deze laatste boor heeft inderdaad de neiging om op een plat vlak weg te glijden. De voorboor wordt slechts voor grote gaten gebruikt, voor kleine gebruikt men de fretboor (1). [MOT] (1) Voorboor en amorçoir duiden dan ook de fretboor aan.
Vulstok (m.)
Zadelmakerswerktuig dat bestaat uit een lange (ca. 35-55 cm), meestal ijzeren, soms houten schacht, die in doorsnede rechthoekig of rond is en die eindigt in één of meerdere V-vormige uitsnijdingen. De schacht kan recht of gebogen zijn en is meestal gevat in een kort, vaak knopvormig handvat. Met de vulstok wordt wol, vlokwol of stro in bepaalde delen van het zadel of harnas geduwd. Dat fungeert als kussen zodat het paard geen verwondingen kan oplopen en de ruiter wat comfortabeler kan rijden. [MOT]