Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken


Zoekresultaten 3,011 - 3,020 15,355 resultaten gevonden
Teenschaafje (o.)
Het teenschaafje (1) dient om een teen aan een zijde effen te maken of om haar over de hele lengte dezelfde dikte te geven. Het werktuig bestaat uit één of twee scherpe blaadjes geklemd in drie op elkaar haaks staande plankjes van ca. 5 cm. Het houten gedeelte kan ook uit één stuk gesneden zijn. Vaak is de zool, d.i. de binnenzijde van de U-vorm, beslagen met een ijzeren plaat. Het blaadje staat niet haaks maar schuin tegenover de zool. De afstand tussen snede en zool kan overal dezelfde zijn maar dikwijls is hij aan een zijde groter. Zo kunnen tenen van verschillende dikte worden bewerkt. Wanneer er twee blaadjes zijn, staat het tweede dichter bij de zool dan het eerste. Dat laatste snijdt een laag af, het tweede een andere, om te vermijden dat het werktuig de teen zou splijten in plaats van ze te snijden (2). Eén hand vat het werktuig, de andere de teen die tussen de zool en het blad wordt geduwd en dan verder wordt getrokken. Het teenschaafje wordt dus niet zoals een gewone schaaf...
Tamponneerkwast (m.)
De tamponneerkwast wordt gehanteerd bij decoratieve technieken en het mat schilderen van grote effen vlakken, Door de kwast gelijkmatig en loodrecht met de muur op de nog natte verflaag in te kloppen, krijgt de muur een gelijkmatig dof uitzicht en worden strepen van verfkwasten weggewerkt (1). Met slaande bewegingen kan men ook een stippeleffect aanbrengen in een natte verflaag, bv. in de dieper liggende panelen van binnendeuren (2). Het is een borstel met lang, bleek en stug varkenshaar, dat met koperdraad door de openingen van de voetplaat wordt getrokken (3). De gebogen houten steel staat niet in het verlengde van de haren maar dwars op het rechthoekige blok. Er bestaan modellen met open of gesloten beugelvormig handvat en ook een tamponneerroller, die sterk gelijkt op andere verfrollers (4). De tamponneerkwast is niet te verwarren met sommige behangersborstels en blokkwasten. [MOT] (1) VAN DER KLOES & VAN DER BEEK 1908/2: Handleiding van den verver en glazenmaker: 60, 113. ZWIERS...
Tapmes (o.)
Rubber wordt gewonnen uit het melksap (latex) van de hevea's. De winning gebeurt door de levende boom te tappen met het tapmes. De latexvaten worden dwars doorgesneden. Daarom wordt de tapsnede in een helling van ongeveer 30° met het horizontale vlak gemaakt waardoor de latex langs de snede afvloeit. Onder de snede bevestigt men een metalen gootje, waardoor de latex in het opvangbakje terechtkomt (1). Het tapmes heeft een metalen gebogen lemmet met aan het uiteinde een U-vormige gebogen lip en een recht houten hecht van ca. 10 cm. Bij het tappen wordt met deze scherpe lip een baststrookje van ca. 1,5 cm dikte weggesneden. Het tapmes lijkt op de boomrits waarmee een te vellen boom wordt gemerkt en op de klompenmakersrits waarmee de klompenmaker versieringen aanbrengt op klompen. [MOT] (1) Zie bv. VAN DEN ABEELE & VANDENPUT: 374.
Teenmes (o.)
Het teenmes (1) is een klompenmakerswerktuig om de punt en eventueel de randen van de hiel binnenin glad te snijden. Het is een kort (4-6 cm) tweesnijdend blad, aan een uiteinde enigszins gebogen, in een rechte staaf eindigend. Door een angel of een dille is het met een rechte (2) houten steel verbonden. Het geheel is 50-70 cm lang. De steel wordt met beide handen gevat en het uiteinde ervan rust soms op de schouder van de vakman. [MOT] (1) De Franse benaming "rouanne de sabotier" duidt soms het teenmes aan (Encyclopédie: Oenomie rustique. Manière de faire les sabots 12), soms het zoolmes. Blijkens de afbeelding van de N.L.I. zou het ook een rits (?) (zie klompenmakersrits) kunnen zijn. (2) Franse auteurs halen soms een T-steel aan (zie DELMAS: 11: rouanne emmanchée en barre de T, en NAUTON: 3. afb.40.)
Tandschaaf (v.)
De tandschaaf dient om twee vlakken die samengelijmd moeten worden, ruwer te maken opdat de lijm zou houden; ook om zeer harde houtsoorten te bewerken (1). Het is een kleine blokschaaf waarvan de nagenoeg verticale beitel over de helft van zijn lengte, aan de bovenzijde, kleine evenwijdige groefjes vertoont zodat de snede getand is (2). Zie ook steilblokschaaf. [MOT] (1) FELIBIEN: 187. (2) BERGHUIS b: 56 onderscheidt een grove van een fijne tandschaaf.
Tegeltang (v.)
De tegelzetter breekt tegels op maat met een tegeltang. Eerst zet men een rechte lijn uit waar men de tegel wil afbreken en vervolgens snijdt men de glazuurlaag in met een tegelsnijder. Tenslotte vat men de tegel met de tang op de lijn en knijpt de tang dicht. De tegel breekt precies op die plaats af. De kaken zijn aangepast aan het doel: de onderste kaak is smal en oefent een grote druk uit op één plaats om de tegel te breken. De bovenste kaak is breed en gevleugeld en houdt de tegel tegen. De vleugels staan licht gebogen zodat de druk nog verhoogd wordt. Op de onderste kaak zit ook een wieltje om telkens iets verder te rollen bij het breken van de tegel. Zie ook dakpantang en marmertang. [MOT]
Tang voor schapenstaart (v.)
Tang voor het afbinden van de staarten en van de testikels van lammeren. De bek van deze tang bestaat uit vier pinnen. Daarmee kan de veeboer een elastiek openspannen en die rond de staart of rond de balzak van het lam plaatsen om hem af te binden. Het gedeelte na de elastiek sterft uiteindelijk af door een gebrek aan bloedcirculatie. [MOT]
Teelklompje (o.)
Ter bescherming van de hand gebruikt de griendwerker een teelklompje bij het planten van stekhout. Elke twijg wordt in de grond gestoken dankzij het gewicht van de arbeider. Hij neemt het klompje in de palm van zijn hand, legt het over het uiteinde van de stek en duwt het in de grond. Meestal is het teelklompje de neus van een kinderklomp. Het kan ook het uiteinde van een koehoorn zijn. [MOT]
Tapijtspanner (m.)
De tapijtspanner is een handwerktuig om vaste tapijten te leggen. Na aan één zijde te zijn vastgespijkerd, wordt het tapijt uitgerekt met deze spanner. De methode is vergelijkbaar aan de singelspanner. (1) Nieuwe fiche in opbouw. (1) JELLEMA: 145-146.
Takkenbosknijper (m.)
Een takkenbos is gevormd door takken samengebonden door middel van een wiepband, d.i. een tenen band, of een ijzerdraad. Om hem te kunnen binden moeten de takken samengeperst worden. Dat gebeurt in een bindpaard, in een takkenbospers of met behulp van de takkenbosknijper. De takkenbosknijper bestaat uit twee 80-150 cm lange rechte stokken, verbonden door een touw, soms een staaldraad of een ketting. Het touw is iets langer dan de omtrek van de te binden takkenbossen. Wanneer een ketting gebruikt wordt, maakt een haakje het soms mogelijk haar lengte aan te passen aan de doorsnee van de bos. Het touw kan op het einde van de stokken vast zijn of op ca 2/3 van de lengte; in het eerste geval vormen de stokken dan hefbomen van de eerste soort, in het tweede, van de tweede soort. De takken worden op de grond, op kruiselings in de grond gestoken stokken, op vorken of op een stelling gelegd. Wanneer genoeg hout samengebracht is, worden - het touw er op of onder gelegd - de stokken, aan weerszijden...