Opzoeken

Zoek op heel de website

Zoek op heel de website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken


Zoekresultaten 15,021 - 15,030 15,047 resultaten gevonden
Schoenborstel (m.)
Om je leren schoenen te laten glanzen, breng je eerst met de insmeerborstel schoensmeer (1) aan op het schone en droge oppervlak van de schoen. Na deze even te laten rusten, kan je het ietsje uitgedroogde schoensmeer uitwrijven en opblinken (2) met een doek of de schoenborstel. Deze wordt ook gebruikt voor het wegpoetsen van stof en modder op je schoenen (3). De schoenborstel is een borstel zonder handvat met een (beuken)houten, in de lengte licht gebogen, borstellichaam (ca. 15-19 cm bij 4,5-5,5 cm; dikte ca. 1 cm) voorzien van een honderdtal niet doorboorde gaten waarin haarbundels (ca. 2,5 cm lang) uit zacht varkens-, geiten-, paardenhaar of kunststofvezel steken. Het borstellichaam heeft soms groeven langs de zijkant voor een betere grip. Te onderscheiden van de kleerborstel. (1) Schoensmeer zorgt ervoor dat het leer niet uitdroogt waardoor de levensduur van de schoen wordt verlengd. (2) Door de wrijving ontstaat warmte waardoor de oplosmiddelen in het schoensmeer verdwijnen. Deze wordt vloeibaar en trekt...
Insmeerborstel (m.)
Rond (ca. diameter 4 cm) of driehoekig borsteltje uit zacht varkens-, geiten-, paardenhaar of kunststofvezel. Het heeft de vorm van een kwast of is voorzien van een steel (lengte geheel ca. 17 cm). Er bestaan ook modellen die gecombineerd zijn met een schoenborstel. Voor het onderhoud van je leren schoenen gebruik je de insmeerborstel voor het aanbrengen van schoensmeer (1) alvorens ze op te blinken met de schoenborstel. Met de insmeerborstel zou je gemakkelijker bij moeilijk bereikbare plekken geraken en zou het schoensmeer gemakkelijker in de poriën van het leer dringen dan met een doek. Alleszins je handen worden minder vuil. [MOT] (1) Schoensmeer zorgt ervoor dat het leer niet uitdroogt waardoor de levensduur van de schoen wordt verlengd. Het is aangeraden om voor elke kleur schoensmeer een ander borsteltje te gebruiken om vlekken te voorkomen.
Breeuwbeitel (o.)
De breeuwbeitel is een kort (ca. 12-30 cm) stalen werktuig zonder hecht met een plat en veelal waaiervormig blad en met een hoofduiteinde in de vorm van een paddenstoel. De rand is ofwel scherp, stomp of voorzien van één of meerdere overlangse groeven. Met het breeuwijzer wordt werk, d.i. in teer gedrenkt geplozen touwwerk, in de naden van een houten vaartuig gedreven, opdat het waterdicht zou zijn. Er bestaan verschillende vormen die allemaal een eigen functie hebben binnen het proces van het breeuwen: zo is er een wigvormig breeuwijzer dat - wanneer nodig - de naad verwijdt om er vervolgens het werk in te drijven met een ander breeuwijzer. Dit "enkel" breeuwijzer is stomp en soms lichtjes gebogen. Het werk wordt dan met nog een ander, "dubbel" breeuwijzer dieper in de naden gedreven die vervolgens worden opgevuld met pek. De snede van dat laatste werktuig is in de breedte soms holrond. De afmetingen hangen af van de breedte van de naad. De breeuwijzers worden gebruikt in combinatie met de breeuwhamer. Deskundigheid...
Neusknijper (m.)
Wanneer een stier niet geringd is, kan de veehouder hem onder controle houden met behulp van een neusknijper. Hij plaatst de tang op het tussenschot in de neus van het dier en drukt de armen dicht. De stier moet het hoofd stil houden om geen pijn te lijden. De kaken van een neusknijper zijn breed en rond. Ze eindigen in twee bollen om het tussenschot niet te kwetsen. De tang kan bestaan uit twee hefbomen van de eerste soort (bv. MOT V 91.0677 – zie ook glossarium) waarbij de armen meestal eindigen in een oog, zodat de veehouder er een touw of een leidstok kan aan bevestigen. De neusknijper kan ook bestaan uit twee hefbomen van de derde soort (zie glossarium) waarbij een ring over de armen schuift om de kaken al dan niet dicht te drukken (bv. MOT V 83.0399). Soms is die ring gecombineerd met een bladveer (bv. MOT V Dv 0011) of vervangen door een springveer (bv. MOT V 96.0283). Bij een ander model wordt de afstand tussen de kaken van de tang geregeld door een stelschroef (bv. MOT V 91.0679). [MOT]
Filetstempel (m.)
Handwerktuig dat de boekbinder gebruikt bij het versieren en vergulden van in leer gebonden boeken, meer bepaald het aanbrengen van één of meerdere rechte lijnen of filetten meestal op de rug van het boek. Het werkend deel kan in plaats van een lijn ook uit een lang, smal motief bestaan. De filetstempel heeft een T-vormig, vaak koperen blad (ca. 7,5 - 10 cm) waarvan het dunne (ca. 0,15 mm tot enkele mm) hoofdeinde een bolle snede (diameter ca. 22 - 25 cm) heeft en van een filetmotief (1) voorzien is. Het is bevestigd in een houten hecht. Na verhitting wordt de stempel op het leer - al dan niet voorzien van bladgoud - gedrukt, om een decoratief ontwerp te bekomen. Er bestaan ook modellen waarvan beide uiteinden van de snede in een hoek van 45° zijn afgesneden om een mooi afgewerkte lijn in verstek te creëren. Voor het aanbrengen van gebogen lijnen gebruikt men een filetboog. Zie ook letterschroef, stempel (leer), lijnrol en filetradertje. [MOT] (1) V.D.: s.v. filet; rechte of gebloemde lijn of lijst op het plat...
Klopboor (mechanisch) (v.)
Werktuig dat door de metselaar en de elektricien gebruikt wordt om gaten met een diameter van 3 tot 10 mm te maken in (bak)steen. In tegenstelling tot de klopboor (beitel) - waarop men met een hamer moet kloppen - heeft deze mechanische klopboor een tandwielmechanisme dat met een zwengel wordt aangedreven, waardoor het boorijzer gaat draaien en slaan. Het boorijzer heeft dezelfde uiterlijke kenmerken als het blad van de klopboor (beitel); het is een volle staaf met een driehoekige boorkop, in elk van de drie zijden van het boorijzer is er een concave geul uitgespaard om het stof af te voeren. Het tandwielmechanisme zit opgeborgen in een metalen huis en het handvat is in de vorm van een gesloten pistoolkolf. Zie ook klopboor (pijp). [MOT]
Aanbod voor scholen
Aanbod voor scholen Het aanbod voor scholen bestaat grotendeels uit begeleide activiteiten - of beter ateliers - waarbij de nadruk ligt op het overbrengen van de technische kennis. De leerlingen worden daarbij actief betrokken en uitgedaagd om de handen uit de mouwen te steken! Deze ateliers worden begeleid door een educatief medewerker van het MOT. Planten voor de Prins en Speuren met Molly de mot zijn activiteiten die enkel worden ingeleid door een medewerker van het MOT, daarna worden ze verder begeleid door de leerkracht. We maken een onderscheid tussen een aanbod voor kleuters, het basisonderwijs en het secundair onderwijs. Opgepast, de educatieve activiteiten gaan door op twee verschillende locaties van het MOT, kijk het adres na bij reservatie.
Fruitplukker (m.)
Om het laatste fruit van een hoge boom te kunnen oogsten, kan men gebruik maken van een fruitplukker. Hij bestaat veelal uit een omgekeerde ijzeren kegel (diam. ca. 10-15 cm; ca. 7-10 cm hoog) met een 10-15-tal inkepingen (ca. 3-5 cm hoog) waarin men de steel van bijvoorbeeld appel of peer vat. Hij kan ook gemaakt zijn van bijvoorbeeld houten lamellen die met touw op enige afstand van elkaar verbonden zijn, of een rieten mandje zijn (1). Soms ook een ovaalvormig mandje van draadijzer met eventueel bovenaan een V-vormig pinnetje (2). Een model uit Mexico is gemaakt uit een open structuur van bamboe in de vorm van een rugbybal (ca. 90 cm lang; max. diam. ca. 12 cm) die in het midden en op beide uiteinden is opgebonden. Bovenaan is er een grotere opening voorzien om het fruit op te vangen (3). Een ander model bestaat uit een ijzeren of plastic ring, voorzien van inkepingen en een (katoenen) zakje (ca. 20 bij 15 cm) - dat soms afneembaar is om het te kunnen wassen - of een netje waarin de vrucht valt. Uitzonderlijk...
Klopboor (beitel) (v.)
De klopboor (beitel) wordt gebruikt door de metselaar en steenhouwer, en dient om gaten met een diameter van 3 tot 12 mm te kloppen in steen. Dat werktuig bestaat uit een volle metalen staaf met een driehoekige boorkop in de vorm van een puntbeitel of een vierhoekige boorkop in de vorm van een 'priesterhoed' en aan het andere uiteinde een slagvlak. In elk van de drie zijden van de boorpunt is een concave geul uitgespaard om het stof af te voeren. De lengte varieert van ca. 10 tot ca. 40 cm. De klopboor wordt met de hamer (1) in de steen gedreven, waarbij men het werktuig na elke slag een paar graden draait. Het werktuig kan uit één stuk bestaan of kan samengesteld zijn uit een handvat en een verwisselbare 'boor'. Om het opzetstuk te vervangen is er een gleuf voorzien waarin een daartoe bestemde spie gedreven wordt. Groefwerkers gebruiken een zware variant van de klopboor (ook priesterhoedboor genoemd) om gaten te slaan met een diameter van 2 tot 3 cm. Deze zware klopboren worden met twee of drie personen bediend...
Cichoreirooivork (v.)
De cichorei (Chicorium intybus L. var. foliosum) kan met behulp van een spade, een vork of een ploeg gerooid worden (1), maar ook met een bijzonder hulpmiddel, de cichoreirooivork. Ze heeft twee korte (ca. 25 cm) tanden die in het midden uit elkaar gebogen zijn - de afstand tussen de tanden is ca. 2 cm - en die bevestigd zijn aan een korte, houten T- (2) of D-steel (ca. 30 cm).  De cichoreirooivork wordt achter de plant in de grond gestoken. Door de steel van de vork naar achter te drukken kan men de wortel van de plant gemakkelijk uit de grond trekken. Zie ook bietenrooivork, uitzetvork. [MOT] (1) SIMON: 13. (2) Soms steekt de steel niet in het midden van het handvat (zie MOT V 2012.0554).