Opzoeken

Zoek op heel de website

Zoek op heel de website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken


Zoekresultaten 15,051 - 15,060 15,111 resultaten gevonden
Rue du Hambeau 24, Rochefort, Belgium
Rue du Couvent 31, Rochefort, Belgium
P Dotremont.
Breeuwbeitel (o.)
De breeuwbeitel is een kort (ca. 12-30 cm) stalen werktuig zonder hecht met een plat en veelal waaiervormig blad en met een hoofduiteinde in de vorm van een paddenstoel. De rand is ofwel scherp, stomp of voorzien van één of meerdere overlangse groeven. Met het breeuwijzer wordt werk, d.i. in teer gedrenkt geplozen touwwerk, in de naden van een houten vaartuig gedreven, opdat het waterdicht zou zijn. Er bestaan verschillende vormen die allemaal een eigen functie hebben binnen het proces van het breeuwen: zo is er een wigvormig breeuwijzer dat - wanneer nodig - de naad verwijdt om er vervolgens het werk in te drijven met een ander breeuwijzer. Dit "enkel" breeuwijzer is stomp en soms lichtjes gebogen. Het werk wordt dan met nog een ander, "dubbel" breeuwijzer dieper in de naden gedreven die vervolgens worden opgevuld met pek. De snede van dat laatste werktuig is in de breedte soms holrond. De afmetingen hangen af van de breedte van de naad. De breeuwijzers worden gebruikt in combinatie met de breeuwhamer. Deskundigheid...
Schuimspaan (v.)
Houten, plastic, koperen of roestvrijstalen keukengereedschap met een cirkelvormig (ca. 10-16 cm doorsnede), lichtjes holrond geperforeerd blad aan een lange steel (ca. 25-40 cm) om schuim uit soep, bouillon of confituur te scheppen en om voedsel uit kokend water of hete olie te scheppen en het meteen uit te laten lekken. De steel is lang zodat men steeds op een veilige afstand van het kokende water of het hete vet blijft. De schep van de schuimspaan kan ook een fijnmazige zeef zijn met een metalen rand of voor de helft langs de bovenzijde afgesloten zijn, zodat het uitgelekte voedsel goed in de schep blijft liggen. Zie ook frituurschep. [MOT]
Fretboor (v.)
De fretboor is een zeer kleine avegaar die met één hand gedraaid wordt en dient om kleine gaten te boren, bv. voor een schroef (1). De kruk staat vast op het boorijzer (zie glossarium). Ze kan van hout of van metaal zijn. In het eerste geval eindigt het boorijzer in een angel, soms in een oog. In het tweede zijn boorijzer en kruk uit één stuk gemaakt. Het boorijzer is vaak een schroefboor (2) en juist omdat dit model het hout doet barsten, wordt de fretboor weinig aangewend voor smalle stukken. De fretboor is te onderscheiden van de zwikboor. [MOT] (1) Volgens TIDEMAN: 93 zou de fretboor ook gebruikt worden "bij onderzoekingen van hout omdat het boorsel minder fijn verkorreld is ...". (2) Zie glossarium. Vandaar dat fretboor soms het boorijzer van deze vorm aanduidt (LOMBAERT: 88).
Ballastschop (v.)
Brede, licht holronde, rechte of puntige schop. Ze is van plaatstaal gemaakt. Doorgaans eindigt de korte steel in een D-handvat. De ballastschop dient om zand, grind, steenslag, kolen (zie stookschop) en dergelijke meer te verplaatsen. Zie zandschop (metselaar). [MOT]
Verstekschaar (v.)
Een verstekschaar is een metalen schaar van 20-25 cm lang waarmee men houten plinten, profielen en sierlijsten kan afknippen in verstek (1). Dwars op de bladen is een metalen plaat gemonteerd, die dienst doet als aambeeld. De delen aan weerszijden van de bladen zijn symmetrisch en soms voorzien van een graadboog om de gewenste hoek te bepalen. De elektricien hanteert deze schaar om lijsten te knippen, die bedrading langs wanden bedekken. Tegenwoordig bestaan er allerlei modellen, waarbij de bladen zijn aangepast aan de vorm van het werkstuk en naargelang men metalen, kunststof of lederen elementen wil knippen. De armen kunnen met kunststof bekleed zijn. Een lang en zwaar model wordt op een vast onderstel bevestigd. Net als bij een snoeischaar, is een metalen haak of een lederen ring op het uiteinde van een arm bevestigd, om het werktuig toe te houden wanneer het niet gebruikt wordt. Op recente modellen zijn die soms vervangen door een pal naast de draaispil. Tijdens het werk springt de schaar open dank zij een...
Griendhakmes (o.)
Bij het oogsten van tenen, d.i. één- en tweejarige wilgentwijgen, in snijgrienden (zie rijshaak) gebruikt men een lattentrekker of een griendhakmes. Met dat laatste worden de tenen van de stoof, d.i. de levende stronk, afgehakt. In Vlaanderen wordt er liefst geen hakmes met hecht en blad in hetzelfde vlak gebruikt maar wel een griendhakmes met afgerond of puntig S-vormig blad (ca. 30/12 cm; 1,1-1,5 kg) en met boogvormige snede. Zie ook de rijshaak waarmee tevens gehakt wordt. [MOT]
Knobbeltang (v.)
De knobbeltang is een vrij zware (ca. 600-1000 gr) metalen tang waarmee men het leder van een schoen (ook daim, nubuck) kan oprekken bij knellende schoenen. Ze wordt voornamelijk gebruikt bij medische klachten. Likdoorn of eksteroog komt onder meer voor op de bovenkant van de tenen en kan zeer pijnlijk zijn bij knellende druk van bovenaf. Bij Hallux Valgus (L) trekt de grote teen scheef en vormt zich een pijnlijke knobbel van uitstekend bot en geïrriteerd weefsel.  De schoenmaker plaatst de open ringvorm aan de buitenkant van de schoen en de bolvorm aan de binnenkant ter hoogte van de knellende plek, zodat het leder plaatselijk en zonder schade wordt opgerekt. Bij een ander model wordt de bek volledig in de schoen geplaatst en wordt de hefboom op de binnenzool geplaatst om de bovenzijde op te rekken. [MOT]