werktuig
Steenboorschaaf (v.)
De stukadoor gebruikt de steenboorschaaf om nog vochtig lijstwerk uit gips
glad te schaven en sponningen uit te schaven om een bepaald profiel aan de
sierlijst te geven. De steenboorschaaf is een lange (ca. 35-50 cm), smalle
(ca. 3-6 cm breed blok; ca. 1-7,5 cm brede beitels) schaaf waarvan de
beitel op de schuine (ca. 35°) voorzijde van het blok is bevestigd door
middel van schroeven die in een ingewerkt plaatje draaien. De beitel kan
een rechte, schuine, holle of bolle snede hebben (1). Achteraan het blok is
een gleuf voorzien dat als handvat dienst doet. Zie ook steenschaaf en
neusboorschaaf. [MOT] (1) Bv. GOLDENBERG: 148.